Waar zijn de zeearenden?

Zuidlaardermeer. Foto Koos Dijksterhuis
Zuidlaardermeer. Foto Koos Dijksterhuis

Een kennis van me vertelt vaak verhalen over de enorme roofvogels die hij boven de polder en het meer bij zijn dorp ziet. Hij stuurt er foto’s bij. Het zijn de zeearenden die bij het Zuidlaardermeer bivakkeren. Het kan niet lang meer duren of ze gaan nestelen. Er zijn moerasbossen waar geen mens zich honden-uitlatend in waagt, en er is eten zat: zwanen, ganzen, meerkoeten…

Kennis heeft me al een paar keer uitgenodigd en vorige week was het zonnig winterweer. Ik haalde hem op en wij struinden door bevroren draslanden en volgden een dijkje. We klommen over hekken en bezochten de vogelkijkhut.

De zeearenden moesten ergens zijn. Maar zeearenden zijn luiwammesen die na het aan flarden rukken en eten van een prooi urenlang uitbuiken in een boom. Ik speurde de bosjes af maar zag nergens een enorme, arendvormige vlek.

Wel waren er veel buizerds, die eruitzien als miniatuurarenden. We zagen honderden grauwe ganzen en kolganzen, er zwermden kieviten en spreeuwen over, maar de zeearenden bleven uit het zicht.

Uit de kijkhut zagen we vier en later nog zes nonnetjes, ’s lands mooiste eenden. Vijf wit-met-zwarte woerden, vijf grijs-met-bruine vrouwtjes: vijf paartjes. Er zwommen futen rond in zomerkleed, met waaierwangen. En veldleeuweriken vlogen niet alleen over, maar zongen ook hoog in de lucht hun prachtige lied. Ondanks de kou wees alles op de naderende lente.

Over het meer kwam een razendsnelle roofvogel aanzetten. Een slechtvalk? Nee een havik. Met een bloedgang schoot hij voorbij en verdween in de verte.Prompt verscheen een tweede havik, een stuk groter dan de eerste; een vrouwtje dus. Ze klapwiekte naar een eenzame berk.

De zeearenden bewaren we nog even. En zij ons.

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 23 feb. 2016)