Vulkaaneiland

Walvisbeenderen op het grijze strand van Jan Mayen. Foto Koos Dijksterhuis
Walvisbeenderen op het grijze strand van Jan Mayen. Foto Koos Dijksterhuis

Het waait nauwelijks op Jan Mayen en de vulkaan Beerenberg gluurt soms even tussen de wolken door. Jan Mayen is een afgelegen eilandje in de noordelijke Atlantische Oceaan. Het hoort niet bij het Europese continent, maar ook niet bij het Amerikaanse. Het wordt van Groenland, Spitsbergen, Noorwegen en IJsland gescheiden door honderden kilometers zee. Diepe zee. Jan Mayen is een mini-continentje van 373 vierkante kilometer. Tijdens de vulkaanuitbarstingen van 1970, 1973 en 1985 kwam er een beetje land bij. Gestolde lava.

Jan Mayen is 55 kilometer lang. We gaan op Zuid-Jan aan land, wandelen naar het noorden, steken via de wespentaille over en worden in Walrusbaai weer opgepikt door ons schip. Eerst maar eens aan land zien te komen. Stoere opblaasboten met buitenboordmotor worden overboord getakeld. Over een wiebeltrap stappen we van ons schip in zo’n zodiac, die naar het donkergrijze vulkaanstrandje sjeest. Daar stappen we tussen twee golven uit. Wie iets te laat uitstapt, krijgt een golf in zijn laarzen.

Voorbij de Noorse basis van soldaten, weerkundigen en onderzoekers lopen we kilometers over de weg van vulkaanzand. Rechts glinstert de oceaan, links verrijzen zwarte berghellingen met roodbruine rotsen, groene mosplakkaten en witte sneeuwtongen. Aan de overkant van de bergrug ligt Walrusbaai, een halfronde vlakte tussen hoge, mosgroene berghellingen. Er staat een gedenkteken voor de zeven Hollanders (‘dappre men’) die hier in 1634 omkwamen tijdens hun overwintering. De Hollanders waren toen bijna klaar met het uitroeien van Groenlandse walvissen, een klus waarover ze twintig jaar deden. De Walrusbaai ligt nog bezaaid met walvisbeenderen. Ze liggen tussen boomstammen uit Siberië en wrakhout. De oceaan kabbelt vredig tegen de stenen wal voor het zwarte woestijnzand. Een bontbekplevier trippelt erover.

(Natuurdagboek Trouw 1 juli 2013)