Vruchtbaar gevleugelte

Vliegende mieren. Foto Koos Dijksterhuis
Vliegende mieren. Foto Koos Dijksterhuis

Jonge huismussen, jonge mezen, jonge vinken en putters, jonge zwaluwen en kwikstaarten, jonge tjiftjaffen en winterkoninkjes. De spotvogel zwijgt en zit misschien op de eieren, een ringmus verzamelt strootjes en vliegt ermee de bosjes in.

Bij ons huisje op Schiermonnikoog was het een vruchtbaar seizoen. Ook jonge spreeuwen zijn er. Of ze in de grote nestkast broedden weet ik niet. Misschien zat daar wel de grote bonte specht, voor wie die kast ooit gemaakt is. Spechten broeden nog niet zolang op Schier. Maar sinds ze zich er vestigden, hangt er van tijd tot tijd een rond bij het huisje.

Een deel van het grasveld is verwilderd. Er fladderen soms zangvogels tussen de halmen door op jacht naar zaadjes en insecten. Broodkorsten en broodkruimels gooi ik in de tuin. De korsten worden meteen weggekaapt door eksters, kauwtjes, zilver- en stormmeeuwen. Hoe snel die vogels weten dat er iets te halen valt! Die kruimels zijn ook verrassend snel weg, er komen mussen op af. Maar dan vallen me de gaatjes op tussen de tegels en in het gras. Ik blijk met die kruimels vooral mieren te voeren.

De zaterdag waarop Schiermonnikoog met bijna 40 graden de heetste plek van Nederland was, breken de mieren ineens los in een gevleugelde zwerm. Korte tijd krioelt het van de mannetjesmieren die langs grashalmen omhoog stuntelen en het luchtruim kiezen. Het duurt maar even, dan blijkt verderop in het geschoren deel van het gras een tweede mierennest uit te vliegen en daarna een derde. De mannen zoeken hogere sferen om met een nieuwe koningin te paren. Maar de meeste verdwijnen in de snavels van zwaluwen en stormmeeuwen, die er als de kippen bij zijn.

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 22 juli 2014)