Vroege zomerzangers

Gekraagde roodstaart. Foto Werry Jonker
Gekraagde roodstaart. Foto Werry Jonker

Ieder jaar, als op zachte dagen in januari de koolmezen zingen, krijg ik meldingen van tjiftjaffen. In februari, als de zanglijsters beginnen, worden nachtegalen gemeld. En ’s winters hoeft er maar een tortel te koeren, of mensen horen een koekoek.
Alledrie zomervogels. Tjiffen komen eind maart pas uit het zuiden terug, nachtegalen en koekoeken in april.

Andersom vindt die verwarring nooit plaats, de mensen horen of zien liever iets bijzonders dan iets gewoons. Een foto of geluidsopname zou helpen om vast te stellen of men echt die ene van slag geraakte koekoek hoorde. Want je weet maar nooit.
Jan van Dijk stuurde een geluidsopname uit een noordoostelijke wijk van Groningen, waar ik zelf jaren woonde. Hij had iets aparts gehoord ’s avonds, of ik het herkende? Nou en of: er riep overduidelijk een bosuil. Bosuilen rukten op uit Drenthe en koloniseerden Haren en het zuiden van de stad, maar voor deze wijk had Jan een primeur vastgelegd.

Laatst kreeg ik melding van een op het dak zingende gekraagde roodstaart. Op 8 februari zong hij. De waarneemster was er zeker van. Het leek me extreem vroeg, gekraagde roodstaarten overwinteren in Afrika, ik hoor en zie ze altijd pas in april. In het vogeltijdschrift Ardea publiceerde C.J.S. Ruiter in 1941 dat de allereerste gekraagde roodstaart in de vijf jaar van 1936 tot 1940 op 28 maart werd gehoord.

Zijn ze dan nu zoveel vroeger? Nee, vogelonderzoeker Rob Bijlsma houdt het arriveren van roodstaarten bij sinds 1968 op de Veluwe en sinds 1980 in Drenthe. Ze neigen naar een iets vroegere komst, maar in die 46 jaar was slechts één snelle jongen al voor april present en wel op 31 maart 1989.

(Natuurdagboek 13 feb. 2014)