Vroege vogels?

Kokmeeuw met kap, Foto B. O. Nowak-van de Loosdrecht
Kokmeeuw met kap,
Foto B. O. Nowak-van de Loosdrecht

Het mag dan winter zijn geworden, de vogels hadden de lente al in hun kop en die laten ze zich niet afpakken. Tijdens de sneeuwstorm en de vorst tortelden de tortels gewoon door. ‘Roe koe koe’, soms afgewisseld met ‘koe roe roe’. Altijd drie oe-klanken. Zijn er vijf oe’s, dan koert er een houtduif. Duiven broeden soms ’s winters al, en voor wat flirterig gekoer draaien ze al helemaal hun vleugel niet om.

Merels zag ik ook al helemaal in de lente leven. In de Volkskrant las ik dat de merels dit jaar extreem vroeg zongen, namelijk begin januari al. Meestal staat er in de kranten dat ze extreem vroeg zingen, namelijk in december al. Na 21 december lengen de dagen en dat hebben die merels wel door. Ook deze winter zongen sommige mannetjes al, maar die houden zich wel even in, nu. Niet dat ze minder fel achter de vrouwtjes aangaan. Ook eendenwoerden en meerkoetenmannen steken elkaar al ruim een maand de loef af, waar het gaat om de andere kunne. Ze hebben ook zulke mooie kleuren nu, dankzij een nieuw verenpak. Klaar voor de dating-markt!

Over nieuwe veren geschreven. De kokmeeuwen beginnen hun zomerkleed aan te trekken, compleet met zwarte kap. Een zwarte kap doet denken aan de Amerikaanse martelkamers in Guantanamo, maar van een kokmeeuw zit hij strak, als gegoten. Rode snavel en poten erbij, en pronken, flaneren en verleiden maar.

Maar dat is gewoon, elk jaar ruien de kokmeeuwen in de winter. Ik heb weleens in november al een kokmeeuw in nieuw zomerkleed gezien. Het zal zulke vroege lentevogels vast tegenvallen dat het toch nog winter is geworden.

( Natuurdagboek Trouw, 4 feb. 2013 )