Vroege duik

Duinmeer. Foto Koos Dijksterhuis
Duinmeer. Foto Koos Dijksterhuis

Als één van ons vroeg wakker wordt en het mooi weer is, zullen we voor dag en dauw naar het duinmeer. Om zes uur word ik wakker. Geliefde kreunt dat het geen mooi weer is, maar achter de gordijnen gluurt de morgenzon vanuit een wolkenloze hemel. Het daagt in het oosten, het licht schijnt onverbiddelijk.

Uit de veren, op de fiets, sloffen door het zand. Hoewel het strandje dagelijks schoongemaakt wordt, liggen er de onvermijdelijke plastic flesjes en zelfs een spuitbus deodorant. We gooien de troep in een vuilnisbak. Terwijl ik het kraakheldere meer steeds hoger tegen mijn benen voel prikkelen, zie ik op de bodem een bierfles staan. Het losgeweekte etiket ligt er naast.

Zou het normaal zijn om deodorant mee te nemen naar een duinmeer? Ik weet het niet, maar vind het abnormaal om zo’n fles na gebruik te laten slingeren. Opruimen is niet onze sterkste kant. Alle bermen, alle plekken waar mensen komen liggen bezaaid met flesjes en blikjes. Alle.

Op het bladstille water drijft een schattig insectje met holle rug en sierlijke elfenvleugeltjes. Het beestje is een paar millimeter lang. Ik til het op een vinger uit het water en zet het op een paal. Als ik door opdwarrelende nevels zwem, blijkt het meer vol met die beestjes te zitten. Het zijn eendagsvliegen van een piepkleine soort. Ze hebben een jaar onder water geleefd als nimf en zijn aan het wateroppervlak uit hun huid gestapt. Nu drijven ze nog even op hun waterafstotende velletje, tot ze droog zijn en kunnen vliegen.

De schelle kreet van een ijsvogel galmt over het water. Ik speur de oevers af, maar zie geen blauwe schicht.

(Natuurdagboek Trouw woensdag 13 juli 2016)