Vroegbloeiend geheugensteuntje

Rozemarijn. Foto Kor Raangs
Rozemarijn. Foto Kor Raangs

Bij Jurrie de Vos in de tuin bleef de rozemarijn maar groeien, en nu “begint hij met de eerste blauwe bloemen”, mailt hij. Ook Kor Raangs ziet in zijn tuin rozemarijn bloeien, in Groningen nog wel. Misschien vriezen de uitlopers en bloemen van die mediterrane struik alsnog stuk tijdens koude nachten. Het is nog januari, tot in maart kan het streng vriezen.

Rozemarijn, rosmarinus in wetenschapslatijn, betekent niet eens roze of rode zee, maar iets als zout uit zee. Misschien verwijst de naam ook wel naar een meisje dat Rozemarie heette. De paarsblauwe bloemen doen mij aan hangende poppetjes denken.

Ik bakte wel eens rozemarijn mee met aardappels en vlees, maar de blaadjes en takjes bleven dan hard en kon je niet meeëten. Dat lijkt logisch – een kruidnagel eet je ook niet vrijwillig op. Maar ik hoef op internet maar naar rozemarijn te zoeken, of er wordt met allerlei heilzame werkingen van het kruid gestrooid, waarvoor je het toch moet innemen, al staat er niet bij hoe. Zulke informatiebronnen blijven altijd vaag, laat staan dat er enige wetenschappelijke onderbouwing gegeven wordt voor de “hartversterkende” en “bloedsomloopstimulerende” werking. Ook zou rozemarijn goed zijn voor het geheugen. De eerstvolgende examenweek bind ik mijn zoon wat takjes achter zijn oren! Vanwege die werking als geheugensteun wordt rozemarijn vanouds meegegeven aan doden in hun graven of sarcofagen. Opdat wij hen, of zij ons niet vergeten.

Pas in 2017 bleek uit DNA-analyse dat Rozemarijn geen apart plantengeslacht is, maar dat de struik sterk verwant is aan bijvoorbeeld salie. Sindsdien wordt Rosmarinus bij de Salvia’s ingedeeld.

Rozemarijn is de wereld over gesleept en werd veel geplant, vaak aan zee, wat de naam verklaart. Nu wordt het bijna overal wel in tuinen gezaaid. De struiken staan graag in de zon, op een niet zo natte plek. De mediterrane struiken zijn bij ons winterhard, al moet het geen elfstedenwinter worden. Doorgaans bloeit rozemarijn pas eind maart.

(Natuurdagboek Trouw vrijdag 24 januari ’20)