Vroeg of laat een hommel

Aardhommel op wilgenkatje, foto Jeanette Essink

Er zoemde een hommel, een mollige aardhommel, bij de gele bloemen van mahonia. Dat in december een hommel rondzoemt is, nou ja, met klimaatverandering heeft het vast niets te maken. Want als ik een verband met klimaatverandering zou suggereren, zouden klimaatsceptische ruziezoekers meteen woeste dreigmails sturen. Ik houd niet van woeste dreigmails. Maar opvallend vind ik het wel, dat een insect, dat een paar jaar geleden hooguit tot oktober rondvloog, in december voor een bloem hangt alsof het hartje lente is. Aardhommelwerksters vliegen vaak iets langer door dan mannetjes. Maar dit is een enorme hommel, het moet een koningin zijn. Jonge aardhommelkoninginnen vliegen, pardon vlogen net als de mannetjes tot eind september. Als een koningin een gezin wil stichten, zoekt ze een geschikte holte, een oud hommelnest of een nieuw nest van een andere koningin die al een ruimte vond. Die andere koningin krijgt dan de doodssteek (geloof nooit mensen die beweren dat het in de natuur gaat om overleving van de soort) en haar holte is van de indringster. Vaak is het hol al bevoorraad met vrachten nectar en stuifmeel. Soms zelfs al met larven en die schijnen soms geadopteerd te worden. Dat dan weer wel. Dan zijn er ook nog koekoekshommels, die niet andervrouws broed adopteren, maar het hunne bij een ander leggen. Koninginnen met nesteldrang zie je in maart op zonnige dagen laag boven de grond vliegen. De eerste doen dat in februari al. Pardon: je zag ze en ze deden dat. De seizoenen worden uitgerekt. De aardhommel voor de mahonia is misschien een koningin die al aan een nieuw nest begint. Dan vliegt ze dus niet laat, maar vroeg.