Vossen zijn niet schuw

Vos. Foto Meint Mulder
Vos. Foto Meint Mulder

Tien maanden geleden zag ik mijn laatste vos, bij Nieuweschans. De vos was totaal niet schuw, liep op een meter of twintig afstand en negeerde mij volkomen. Mijn voorlaatste vossen zag ik in de Kennemerduinen, de Amsterdamse Waterleidingduinen, het Horsterwold, de Oostvaardersplassen, aan de Groninger noorddijk en in het Lauwersmeer. Dan zag ik er nog een paar in het buitenland. Al deze vossen waren niet schuw en negeerden mij, op één na, of beter: twee. Twee vossen in de Waterleidingduinen waren zo tam, dat ik ze had kunnen aanraken. Er stond ergens een bordje dat je geen vossen mocht voeren, dus voeren zal de reden hunner tamheid wel geweest zijn. De andere vossen trokken zich gewoon niets van mij aan.

Dat ik al bijna een jaar geen vos zag, ligt dus waarschijnlijk niet aan hun schuwheid. Misschien zijn er wel gewoon weinig vossen! Logisch ook, voor een roofdier. Roofdieren zijn er altijd veel minder dan prooidieren. Zonder een brede basis van prooidieren kan er geen top van roofdieren overeind blijven. Roofdieren kunnen niet zonder prooien, tenzij ze worden bijgevoerd, zoals onze honden en katten.

Er zijn niet veel vossen, al hebben ze hun leefgebied uitgebreid. Dat kwam onder meer door het ontwateren van de grond en het verbouwen van maïs. Vossen houden niet van water maar wel van dekking.

Ik vind een vos altijd een bezienswaardigheid en een bijzonderheid. Ze zijn ook zo mooi, met die roestbruine vacht, schrandere kop en vooral die pluimstaart. De vos is de eekhoorn onder de roofdieren! En net als eekhoorns eten vossen van alles. Maar tot de hoofdgerechten van de vos horen veldmuizen. Wie geen muizen wil, moet vossen koesteren.

(Natuurdagboek Trouw donderdag 12 feb. 2015)