Vossen en wolven zijn onze rivalen

vos
Vos. Foto Meint Mulder

Jagen is één van de vele liefhebberijen van mensen in de natuur. Jagers struinen overal doorheen en verstoren de rust met honden en geknal. De natuur redt zich uitstekend zonder zulke hobby’s. Daar denken jagers zelf anders over. In de zaterdagkrant geeft Pauline de Bok een nobel en romantisch beeld van de jacht.

Jagers schieten volgend De Bok bijvoorbeeld geen moederdieren en drijven geen dieren in het nauw. Helaas houdt niet iedereen zich aan deze regels van de “weidelijkheid”. De keren dat ik jagers in actie zag, waren zonder uitzondering uitzonderingen. Ik zag jagers weerloze, ruiende eenden in het nauw drijven, watersnippen schieten, hazen klemzetten en van vlakbij doodschieten. In Frankrijk kwam ik zwalkende jagers tegen met een geweer in de ene en een fles in de andere hand, want bij een scharrelboutje smaakt een slok.

De Bok zelf vertrouw ik trouwens op haar woord en ik heb vaker jagers gesproken die veel wisten en hielden van de natuur. En De Bok heeft gelijk, als ze opmerkt dat we de wolf in bijna heel West-Europa hebben uitgeroeid. Werd er geen wild zwijn of edelhert geschoten, zou de Veluwe uitgekleed worden tot net zo’n kale bende als de Oostvaardersplassen. Maar hoe hebben we die wolf uitgeroeid? Juist. Als het ontbreken van wolven het probleem is, kunnen we de terugkeer van deze dieren toejuichen en stimuleren. Maar dat doen jagers niet, want, zegt De Bok, wolven zijn “onze grote rivaal”.

Ze meent dat er in Nederland te veel konijnen zijn, maar als vossen ze opruimen, is het niet goed, want De Bok wil die konijnen zelf schieten! Ook vossen zijn rivalen en moeten dood. Konijnen kwijnen trouwens al twintig jaar weg uit onze natuur.

(Natuurdagboek Trouw woensdag 2 nov. 2016)