Vogelen in de kop van Noord-Holland

Dwergmeeuw, foto Koos Dijksterhuis
Dwergmeeuw, foto Koos Dijksterhuis

Met een paar oude vrienden ga ik vogels kijken. Dit keer valt de kop van Noord-Holland in de prijzen. Ik stel een dagje soortenjagen voor: op internet kijken waar zeldzaamheden gezien zijn en proberen ze te vinden.

We spreken af in Medemblik, bij de Amerikaanse oeverloper. Dat is de Amerikaanse neef van onze eigen oeverloper. Oeverlopers lopen met wippende staartjes langs de oever. De Amerikaan heeft geen witte, maar een gevlekte buik. We zien hem niet, maar dat geeft niks, want dankzij de ongeziene zeldzaamheid ontdekken we een mooi gebied langs het IJsselmeer.

Vanaf de dijk kunnen we de vooroevers afspeuren, de voor de kust gelegen zandbanken waarop zongebleekte Zuiderzeeschelpen blinken en de stenen dijkjes waarop een wildernis groeit. Aalscholvers op hun nesten, en overal ganzen, wel vijf soorten: grauwe, kol- en brandganzen, Canadese en Nijlganzen. En een jonge ganzen! Honderden kleine gele gansjes hobbelen of dobberen achter hun ouders aan. En eenden: kuif-, tafel-, krak-, slob- en wilde eenden, pijlstaarten en wintertalingen.

Door ondiep water waden kluten, die sierlijke zwart-witte schoonheden met hun lange, opgewipte snavel en tureluurs. We zien plevieren en kiekendieven, rietgorzen en rietzangers. Maar geen oeverloper, zelfs geen Europese.

Bij Agriport in de Wieringermeer zou een ringsnaveleend dobberen, in een vijver temidden van het meest industriële weideland van Nederland, langs de snelweg. De eveneens Amerikaanse dwaalgast heeft hem vast alweer gesmeerd uit dit troosteloze oord.

Op naar de buffelkopeend in Den Oever. Niet te vinden. Wel zien we een tapuit, veel oeverzwaluwen, lepelaars en een zwerm dwergmeeuwen. Dat zijn prachtige meeuwtjes, met zwarte koppen als kokmeeuwen, maar met geheel witte boven- en juist donkere ondervleugels en een roze zweem over hun lijf.

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 5 mei 2015)

Vogelen in de kop van Noord-Holland
DELEN