Vlinder in huis

Dagpauwoog op zolder Foto Koos Dijksterhuis
Dagpauwoog op zolder. Foto Koos Dijksterhuis

Dagpauwogen en andere vlinders zoeken een onderkomen voor de winter. U kunt ze in schuren, onder afdakken en in dierenhokken aantreffen, in bunkers, kelders en hutten. Ook op zolder, in de badkamer en in de woonkamer kunnen ze verschijnen – overal waar maar een raampje openstaat of kieren de toegang verzekeren. Weten die vlinders veel dat daar de verwarming zal loeien?

Wie het zo’n vlinder gunt de winter te overleven, laat haar zitten waar ze zit, of verhuist haar voorzichtig naar een plek zonder verwarming of kat. Verwarming en kat staan allebei garant voor een onnatuurlijke dood, al zijn er altijd lieden die hun huisdier natuurlijk vinden.

Zo’n vlinder zal, als ze de winter overleeft, komende lente voor een nieuwe generatie vrolijk gefladder zorgen, waarna ze alsnog de pijp uitgaat. Vlinders leven meestal niet lang, hun leven brengen ze grotendeels door als rups.

Ook andere insecten leven meestal niet lang. Sommige van hen proberen net als die vlinders hun leven nog even te rekken door zich in een koele maar beschutte plek te verstoppen. Muggen bijvoorbeeld. Niet alleen uw uitgeademde koolzuurgas lokt muggen naar binnen, ook uw woning an sich is aantrekkelijk.

Bevruchte wespen kunnen in huis belanden, waar ze zich gedeisd houden. Als de verwarming aangaat of als de zon het raam verhit, vindt u wellicht verdroogde of stervende wespen. Kroonprinsessen met meer geluk proberen komende lente koningin te worden van een nieuw nest.

Wie soms massaal een huis binnentreden, zijn lieveheersbeestjes, en wel de Aziatische. Die ontsnapten vijftien jaar geleden uit kassen en hebben zich met bijbels elan vermenigvuldigd. Met tientallen kunnen ze op zolder of in de badkamer zitten. Ze doen u geen kwaad, tenzij u ze vastpakt, dan kunnen ze bijten.

(Natuurdagboek Trouw vrijdag 18 nov. 2016)