Vijf uilen in de boom

Ransuil. Foto Koos Dijksterhuis
Ransuil. Foto Koos Dijksterhuis

Iedere winter liep ik weleens langs een tuin vol grote naaldbomen. De tuien lag aan de rand van de stad, vlakbij een natuurgebiedje. In de naaldbomen zaten overdag ransuilen te dutten. Elk jaar waren er meer, uiteindelijk telde ik er zestien. Maar het waren er vast nog meer, duttende ransuilen vallen niet bepaald op.

De bewoners van het huis met de naaldbomen vonden die uilen leuk. Maar wat ik vreesde, gebeurde. De mensen verhuisden en de nieuwe bewoners haalden al het groen weg. Ze vervingen het door geïmpregneerd tuinhout waarop een uit de kluiten gewassen boeddhabeeld werd geplaatst. Als Boeddha eens wist waarvoor zijn beeld gebruikt werd, zou hij tot een beeldenstorm oproepen.

De uilen moeten verbijsterd zijn geweest dat tijdens hun middagdutje hun huizen werden verwoest. Ik zag ze sindsdien niet meer, hoewel ik iedere winter een keer zocht. Anderen zagen weleens ransuilen in die buurt. Ze moesten toch ergens zijn?

Ik loop een ronde met een oude vriend die net als ik graag vogels ziet. Op de terugweg voer ik hem langs de voormalige uilentuin. We inspecteren een paar naburige naaldbomen waar ik ze in betere tijden ook wel in heb zien zitten en waarachtig, twee onmiskenbare silhouetten schemeren door de takken: slank en rechtop gezeten.

Door de verrekijker ontdekken we vijf verschillende ransuilen. Zij zien ons ook. Onder hun opgestoken “oortjes” kijken ze ons zonder te knipperen aan met die indringende uilen-ogen. De avond schemert dan ook al, ze zijn aan het wakker worden, weldra zullen ze via een parkje naar het natuurgebied zweven. Zo geruisloos dat zelfs een muis ze niet hoort. Onder de boom liggen witte poepsporen en grijze braakballen.

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 9 feb. 2015)

Eén gedachte over “Vijf uilen in de boom”

Reacties zijn gesloten.