Verrassend mooie meeuw

Kokmeeuw. Foto Koos Dijksterhuis
Kokmeeuw. Foto Koos Dijksterhuis

Als de kokmeeuwen in hun witte verenkleed op de hekken langs stadsvijvers zitten, en ze blijven zitten als je ze passeert, dan is de winter begonnen. Van hun donkerbruine kap hebben ze nog twee vlekjes over. Die zitten een eindje achter hun ogen, als oorwarmers, want daar ergens zitten hun gehoorgangen.

Als je stil blijft staan, vliegen ze op. Vogels vinden mensen het griezeligst wanneer mensen stil staan. Vooral als die mensen naar hen kijken, en helemaal als ze wijzen met een vinger, verrekijker of geweer, slaan vogels op de vlucht. Maar als je brood strooit, weten kokmeeuwen als geen ander dat ze niet moeten vluchten.

Hoe gewoon kokmeeuwen ook zijn, ik verwonder me telkens weer over hun prachtige kleuren. Alsof hun met zwart afgezoomde sneeuwwit en zilvergrijs niet al fraai genoeg zijn, hebben ze een snavel en poten die intens rood zijn, als zondoorschenen bloed. Schitterend. Aan de rode snavel zit een donkere punt. Volwassen kokmeeuwen hebben althans dat rode, de jongen van afgelopen zomer zijn ook mooi met hun bont-en-bruine vlekkenpatroon, maar hebben geen geen rode poten en snavel. Volgend jaar zijn hun die oranje, en over twee jaar bloedrood.
Als ze dan nog leven.

Soms jagen er vier of vijf kokmeeuwen rond boven de vijver achter ons huis. Maar dat gebeurt niet vaak. Er wiekt er weleens één hoog over. Je hoeft echter maar broodkorsten te strooien, of ze zwermen er als de kippen opaf. Vogels hebben vaak verbijsterend snel in de smiezen waar iets te eten valt. De kokmeeuw op het hek blijft geduldig zitten. Maar dan nadert een mevrouw op leeftijd met een tas. De kokmeeuw klapwiekt verheugd op: brood!

(Natuurdagboek Trouw woensdag 26 nov. 2014)