Velden vol muizen

Veldmuizenholen en –paadjes. Foto Koos Dijksterhuis
Veldmuizenholen en –paadjes. Foto Koos Dijksterhuis

Een jaar geleden was er in Friesland eindelijk weer eens een veldmuizen-explosie. De beestjes redden zich prima in de winter. Vroeger zouden ze verdronken zijn, nu houden boeren hun land droog. Dankzij de muizen konden er meer uilen, valken, buizerds en kiekendieven groot worden, die een eind maakten aan de veldmuizen. Ook blauwe reigers, zilverreigers, ooievaars, zelfs roerdompen kun je op muizen zien jagen. En meeuwen, kraaien, katten en vossen. De veldmuis is de hoofdmaaltijd van de vos. Wie muizen haat, moet vossen koesteren. Het gekke is, dat wie veldmuizen haat, vaak ook een hekel heeft aan vossen.

Omdat veldmuizen gras eten en looppaadjes aanleggen in de grasmat, zijn ze niet geliefd bij veehouders. Maar los daarvan zijn het schattige beestjes. Zij komen niet gauw in huis. Ze eten zaden, planten en gras, met kaas lok je ze niet in de val. Veldmuizen zijn woelmuizen. Ze zijn ronder en boller dan huismuizen, hebben een stompere snuit, kleinere oortjes en een korter staartje. Het zijn mini-marmotjes.

Veldmuizen vormen bijna nooit meer plagen, omdat ze daar in het moderne landschap geen kans toe krijgen. Er blijven geen oogstrestjes meer liggen. Tot een jaar of veertig geleden was het elke drie jaar een goed veldmuizenjaar. Soms wemelde ieder boerenerf van de veldmuizen. Dat hoorde erbij. Nu niet meer, nu zijn er zelden goede muizenjaren. Zelfs de zich zo voortvarend vermenigvuldigende veldmuizen zijn heengegaan uit het boerenland. Als er dan eens ergens een goed muizenseizoen is, wordt er moord en brand en “plaag!” geroepen. En schadevergoeding geëist. Boeren zijn ondernemers, maar veldmuizen vallen kennelijk niet onder het bedrijfsrisico.

(Natuurdagboek Trouw vrijdag 22 jan. 2016)