Veel paddestoel

De kus. Foto Koos Dijksterhuis
De kus. Foto Koos Dijksterhuis

Afgelopen weken kreeg ik meerdere foto’s opgestuurd van grote parasolzwammen, met de vraag welke soort paddestoel het was. Ik weet niet veel van paddestoelen, er zijn duizenden soorten, ik blader me suf door de boeken. Er zijn tientallen boeken. Ik gebruik het liefst de gidsen van Roger Phillips en Ewald Gerhardt. Er is bovendien net een nieuwe veldgids verschenen bij de KNNV, die veelbelovend lijkt (http://tinyurl.com/veldgids). Enfin, meestal is een foto van een paddestoel niet genoeg voor determinatie, maar zijn er foto’s van boven- en onderzijde nodig alsmede informatie over standplaats, over geur en smaak. Smaak? Ja, en soms is een likje aan de hoed voldoende om de smaak van Franse kaas of oranjebitter te proeven, zonder last te krijgen van mogelijk vergif.

Sommige paddestoelen zijn wel eenvoudig te determineren, zoals grote parasolzwammen. Die zijn wel te verwarren met andere parasolzwammen, maar de grote zijn het grootst en opvallendst en worden het vaakst gefotografeerd en opgestuurd.

Grote parasolzwammen zijn algemeen op onbemest grasland. Ze groeien vaak met tientallen in elkaars buurt, al dan niet in heksenkringen – een enorme hoeveelheid paddestoel. De hoeden van verse exemplaren zijn goed te eten, al zit er weinig smaak aan. Ze kunnen een middellijn van wel veertig centimeter halen. Staan ze naast elkaar, dan zitten ze elkaar in de weg, waarvoor ze soms een liefdevolle oplossing zoeken, zie foto.

Grote parasolzwammen schieten eerst als paddestoelen uit de grond, en vouwen dan pas hun brede hoed open. Om de steel blijft een kraag zitten. Die is wit maar wordt op den duur bruin. Hoe witter de kraag, hoe verser en eetbaarder de hoed. Die hoed is cremekleurig met donkerbruine schubjes.

(Natuurdagboek Trouw 17 okt. 2013)