Veel kolibrievlinders

Kolibrievlinder. Foto Koos Dijksterhuis
Kolibrievlinder. Foto Koos Dijksterhuis

Toen ik jaren geleden geelzucht had, kreeg ik verschrikkelijke jeuk. Alles jeukte, ook mijn tandvlees en mijn oogwit. Ik moest me bedwingen me niet helemaal stuk te krabben. Tegen geelzucht is weinig te doen behalve uitzieken. Mijn moeder onderwierp mij aan een onwaarschijnlijk streng vetvrij dieet en ik dronk geen druppel alcohol. Dat laatste maakte het gebruik van homeopathische drankjes onmogelijk, want die bestaan uit alcohol. Daarin zit niets, maar op het etiket staan fictieve ingrediënten, zoals bijvoorbeeld meekrap.

Meekrap zou helpen tegen zwartgalligheid en, omdat de jeuk bij geelzucht door gal veroorzaakt wordt, ook daartegen. Ik dacht meteen: opdat ik niet langer meekrab. Er zijn ook meekrappillen. Gelukkig wist ik dat niet en heb ik ze niet geprobeerd, want zoals veel alternatieve middelen is ook meekrap giftig. Maar voor rupsen van de meekrapvlinder is de plant juist een lekkernij.

Meekrap is ooit uit Zuid- en Oost-Europa naar Nederland gehaald en werd in de middeleeuwen in vooral Zeeland geteeld om een rode kleurstof uit te winnen. Dankzij die kleurstof kon het oranje(-blanje-bleu) van de Nederlandse vlag veranderen in rood(-wit-blauw). Tegenwoordig komt de plant bijna niet meer voor.

Meekrapvlinders planten zich dan ook niet voort in Nederland, maar deze zomer zijn er opvallend veel uit Zuid-Europa aangevlogen. Ze zijn inmiddels bekend onder de naam kolibrievlinder, omdat ze net als kolibries met snorrende vleugels voor een bloem in de lucht hangen, waar ze met hun lange tong nectar uit lurken. Dat hoeven geen meekrapbloemen te zijn.

Toen vorige week in mijn tuin de vlinderstruik zijn bloemen ontvouwde, kwamen er meteen atalanta’s, koolwitjes, distelvlinders en allerlei zweefvliegen op af. En een kolibrie- ofwel meekrapvlinder! De tweede die ik in mijn tuin zie. Groningen ligt nog noordelijk ook; de meeste meldingen van deze fraaie vlinders komen uit zuidelijker oorden.

Mijn jeuk destijds ging zonder meekrap over.

(Natuurdagboek Trouw maandag 17 juli 2017)