Vechten bij Vechten

Bomen in water Rhijnauwen. Foto Koos Dijksterhuis
Bomen in water Rhijnauwen. Foto Koos Dijksterhuis

Zoon en ik brengen dochter naar een meeloopmiddag op de Uithof en hebben de middag voor onszelf. Op de kaart staan de forten langs de Waterlinie en die willen wij zien. De dichtstbijzijnde zijn Rijnauwen en Vechten. Officieel heten ze Fort bij R(h)ijnauwen en bij Vechten. Met vechten heeft die naam niets te maken, al is een fort nog zo vechtlustig.

Rijnauwen mogen we niet in. Wel struinen we over de wal eromheen. Het is tegen iedere verwachting in stralend weer. De restanten van loopgraven, bunkers en schuilplaatsen spreken tot zoons verbeelding en algauw ben ik hem kwijt. Hij mag dan al bijna even groot zijn als ik, nu duikt hij af en toe op van achter een struik, bult of boom, om een stok op mij te richten. “Ik sta aan jouw kant”, paai ik, “niet schieten!” Als we een wapenstilstand hebben gesloten, laat ik me ontvallen dat er mogelijk schachten onder het gras verstopt zitten, waarin je plotseling met grote snelheid neerwaarts kunt verdwijnen. Dit zorgt voor spanning, maar draaglijke.

Kuifeenden dobberen op de vestinggracht. Als er één vogel contrastrijk is, is het wel de kuifwoerd met zijn gitzwart-en-spierwitte verenkleed. Ze spiegelen zich net als de bomen en wolken in het water. “Mooi hè”, zegt zoon. Ringslangen komen hier voor, maar zien we niet, die houden zich vast nog even gedeisd tot het niet alleen “meteorologisch” maar écht lente is.

Fort Vechten is wel betreedbaar en wij lopen het rond langs soms griezelig steile randen en door glibberige modder. Eindelijk zie ik klein hoefblad bloeien en meteen een heleboel. Zoon initieert een stokkengevecht in de namiddagzon, die een mooi schaduwgevecht op de fortmuur projecteert.

(Natuurdagboek Trouw vrijdag 11 maart 2016)