Vastberaden daas

Grote runderdaas.  Foto Koos Dijksterhuis
Grote runderdaas. Foto Koos Dijksterhuis

Onze grootste daas is de grote runderdaas. Van deze enorme steekvliegen heb ik er de laatste weken nogal wat om me heen gehad. Gelukkig zijn runderdazen niet zo gebrand op mensenbloed, ze zijn meer gebrand op vee. Maar toch. Zo’n joekel zal je steken, dat wordt een bult van tien centimeter die als een eierkoek op je lijf plakt. Een dazenbeet blijft vaak nog even bloeden, de daas spuit er een oplosmiddeltje in, dat het bloed vloeibaar houdt.

Runderdazen hebben een brede kop met knotsen van ogen waarmee ze uitstekend zien. Als ik vanuit de auto een op de spiegel gezeten runderdaas wil fotograferen, heeft ie de naderende camera zelfs door het schaduwglas heen meteen in de picture. Hij wendt zich af en vliegt weg. De daas heeft een lange zuigsnuit, een vlijmscherp zaagje dat door de leren jas van een koe heen kan steken.

Toen ik vorige week in de Vogezen kampeerde, trok ik ’s avonds een lange broek aan. Het schemerde al. Een grote runderdaas was nog wakker en landde steeds op mijn zwarte broek. Ik denk dat ie een donkere slaapplaats zocht en geen bloed. Maar ik was er niet helemaal gerust op en joeg hem weg. Vastberaden dook de daas opnieuw op mijn benen af, telkens weer. Het monster zoemde luid en indringend en vloog razendsnel om me heen. Ik sloeg hem weg, ik sloeg een paar keer mis, maar gaf hem toen een voltreffer: ‘pok!’ De klap werd gevolgd door kort geritsel in de bosbessen drie meter verderop, alsof daar een steentje viel.

Even later klonk er venijnig gezoem uit de bosbessen. Het zoemen verdween in de nacht.

(Natuurdagboek Trouw 19 aug. 2013)