Vaalpaarse schijnridders

Vaalpaarse schijnridders. Foto Koos Dijksterhuis
Vaalpaarse schijnridders. Foto Koos Dijksterhuis

Staatsboswachter en paddestoelenvriend Herman Sieben vertelt mij welke paddestoelen ik vond in de berm van een T-sprong van drukke autowegen. Het zijn hoogstwaarschijnlijk vaalpaarse schijnridders. Net als paarse schijnridders en paarssteelschijnridders zijn vaalpaarse schijnridders echte novemberzwammen.

De paarssteel- en paarse schijnridders worden door Sieben veel gegeten. Op facebook zet hij een foto van een copieuze paddestoelenmaaltijd. De vaalpaarse ruikt best lekker, en ziet er ook alleszins smakelijk uit, maar staat te boek als “verdacht”. Zwamtechnisch is het motto verstandig: bij twijfel niet eten.

De paarse schijnridders zijn niet alleen eetbaar, ze worden zelfs als geneeskrachtig beschouwd. Ze zouden een rustgevende invloed hebben op hun eter. Bewezen is dat effect niet, maar wie erin gelooft, wordt er gegarandeerd rustig van. Dat is het bijzondere van geloof, dat er geen bewijs voor nodig is. Wat van paarse schijnridders wel bewezen is, is dat je er allergisch voor kunt zijn. Maar ach, dan onderga je die allergie tenminste kalm.

De paarssteelschijnridder is een grote paddestoel met een bruine hoed, op een korte, dikke paarse steel. Deze zwam smaakt even lekker als een oesterzwam.

Maar de vaalpaarse schijnridders op de foto zijn oneetbaar. Gelukkig maar, anders zou ik nog in verzoeking komen. Ik laat paddestoelen liever staan, het zijn immers prachtige kleinoden. Jammer om weg te halen! Vaalpaarse schijnridders hoeven niet vaalpaars te zijn, ze kunnen ook bruin zijn of grijs. Ze hebben vaak een gewelfde hoed.

Vaalpaarse schijnridders kunnen, anders dan veel andere paddestoelen, uitstekend tegen stikstofrijke grond. In het gras van een wegberm houden ze het ondanks de uitlaatgassen prima vol. Ze zijn bovendien aardig bestand tegen vrieskou. Die ene oktobernacht met nachtvorst deerde hen niet.

(Natuurdagboek Trouw maandag 16 nov. 2015)