Uitstapje naar wolfsmelk

Cypreswolfsmelk, © Koos Dijksterhuis

Onder mijn voet zit een eeltplekje. Geleidelijk groeit het. Ik denk altijd dat zulke dingen vanzelf overgaan. Na een paar maanden is het een boomknoest. Het doet pijn. Zou het een likdoorn zijn? Op naar een pedicure. Die ziet dat het een wrat is, met eelt eromheen. Met een esculaapmesje snijdt ze het eelt weg. Met de rest moet ik ter bevriezing naar de dokter. Maar eerst tijg ik naar Frankrijk, waar sommige bossen en bermen geelgroen kleuren van bloeiende wolfsmelk.

Bloeien? Nou ja, wolfsmelk is een botanisch geval apart. Het heeft geen gewone bloemen, maar schijnbloemen. Dat is een misleidende naam, die suggereert dat het nepbloemen zijn. Wolfsmelk heeft wel bloemen, mannelijke en vrouwelijke, die piepklein zijn en samen met andere plantendelen de schijnbloem vormen. Die schijnbloemen kunnen in de lente een prachtig geelgroen waas over een veld trekken. Ook als tuinplant is wolfsmelk ingeburgerd.

Sommige soorten dan. Wolfsmelk is één van de grootste plantenfamilies ter wereld, met ruim tweeduizend soorten. Cypreswolfsmelk is in (Zuid-)Europa algemeen, evenals heksenmelk en sommige grotere soorten, zoals boomwolfsmelk. Allemaal hebben ze een stengel vol hagelwitte melk. Puur vergif is het en het verwoest je huid. Daarom wordt het wel tegen wratten gebruikt. Ik pluk aarzelend een plant en smeer de melk op mijn wrat. Na een week van herhalingsbehandelingen kan ik het eelt rond de wrat eraf trekken, maar de wrat zelf blijft zitten waar hij zit, onderin de krater.

Terug in Nederland. Daar is wolfsmelk niet zo algemeen, en om nou planten uit tuinen te roven… Naar de huisarts dus maar, die mijn voetzool plaatselijk bevriest.