Uilskuikens

Jonge bosuil. Foto Bert Calf

De eerste uilskuikens zijn uitgebroed. Twee weken geleden trof een vogelaar ze aan bij Soest in een nestkast voor kerkuilen, in een schuur. Kerkuilen kunnen de hele winter broeden, maar voor bosuilen is half januari vroeg. Wel zijn bosuilen in januari gewoonlijk al druk aan het roepen. Dit jaar riepen ze eerder dan anders. Half december liep ik ’s avonds over een plein in Haarlem, toen daar ineens luid en duidelijk een bosuil floot. Ik deed de roep na, maar kreeg er geen sjoege op. Ondanks het open karakter van het plein en het schijnsel van straatlantaarns zag ik hem niet. Hij mij ongetwijfeld wel.

Op het Haarlemmer plein staan enorme loofbomen, het is een hangplek voor bejaarde bomen. Een statige hangplek tussen statige gebouwen. Boomchirugen trappelen van ongeduld om die bomen onder handen te nemen. Misschien geven boomchirurgen bomen een gezonde oude dag, al heb ik bomen zien bezwijken ondanks geïmplanteerde pinnen, ondersteunende kettingen en dichtgeverfde wonden. Zou een boomchirurg boomholten met rust kunnen laten? In boomholten broeden de bosuilen. Er zijn ook speciale bosuilnestkasten en daar willen ze best in broeden, bosuilen hoeven niet per se kerkuilkasten, zoals die vroege broeders in Soest. Maar in de stad zou zo’n nestkast de aandacht kunnen trekken van eierverzamelaars en kuikendieven. Er is een levendige handel in uilskuikens dankzij roofvogelshowers en Harry Potter-fans.

De uilen hebben aan Haarlem geen slecht jachtgebied. De stad is net als Soest rijk bedeeld met lommer en villagroen, met muizen en vleermuizen. Wel moeten de vogels tijdens hun lage jachtvlucht oppassen voor auto’s. En of de uilskuikens in Soest genoeg muizen krijgen, nu de winter toeslaat?