Uilen in de nok

Kerkuilen. Foto Koos Dijksterhuis
Kerkuilen. Foto Koos Dijksterhuis

Een oude (57) vriend van me woont met zijn vrouw in een afgelegen bocht van de IJssel, aan een half verhard weggetje dat verder nergens heengaat. Het bestaat nog, een weggetje dat nergens heengaat. We hobbelen erover en laten eindelijk de moderne weilanden achter ons, waar niets groeit behalve het turbogras voor de turbokoeien in de reusachtige, pas gebouwde stal erachter. Over de winterdijk scheert een blauwe kiekendief.

Vriend schenkt koffie in. Terwijl hij iets behartenswaardigs vertelt, merkt hij op dat ik hem niet aankijk, maar langs hem heen naar buiten tuur. Dat is waar, want hoewel hij er nog best goed uitziet voor zijn sub-anciënniteit, ziet buiten er haast nog aantrekkelijker uit. De namiddagzon strijkt over de uiterwaarden. Wilgenhagen doorsnijden de vochtige velden waar hier en daar een populier uit oprijst. Een buizerd poseert op een zijtak met zijn bruin-witte borst in de zon. Clubjes grauwe ganzen stijgen gakkend op, om even verderop waar het gras groener lijkt weer neer te strijken. Een sperwer fladdert voorbij, zijn grote nicht de havik zweeft in omgekeerde richting langs. Wat een roofvogels hier!

Bijna dagelijks zien vriend en vrouw een torenvalk, regelmatig een slechtvalk en “laatst”, wijzend op een boom op vijftig meter afstand, “zaten daar twee zeearenden in de kruin”.

Op het dak van de schuur zit vaak een steenuil op de uitkijk.  Die woont onder een losse pan en broedt in de lente in een nestkast in de notenboom op het erf. Een armlengte onder de steenuil, ín de schuur, huizen de kerkuilen. Beide uilensoorten hadden hier dankzij de vele veldmuizen een goed jaar, maar dat steen- en kerkuilen een schuur delen, is verrassend. Kerkuilen grijpen steenuilen, als ze de kans krijgen. Maar hier gaan ze samen.

We klimmen naar de zolder en daar zitten in de nok twee kerkuilen te rusten. Vanuit hart van hun toegeknepen gelaat kijken ze even verwonderd terug.

(Natuurdagboek Trouw woensdag 4 december ’19)

2 gedachten over “Uilen in de nok”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *