Uilen gekapt

Ransuil, © Koos Dijksterhuis

Van de week was ik in de gemeente Oldambt, Oost-Groningen, speurend over  graan- en luzerneakkers naar grauwe kiekendieven, van de zeedijk uitkijkend naar de kranen en windmolens bij Emden, turend naar de kluten die met hun opgewekte snavels de modder zeefden in de Tjamme bij Beerta, spiedend naar vlinders langs het dorpsbos van Finsterwolde. Scheemda lag dit keer niet op de route. Nu lees ik op de site van RTV-Noord dat terwijl ik vlakbij naar vogels en vlinders keek, in Scheemda de bomen langs de Plantsoenlaan zijn gesnoeid. De mensen daar hebben aangifte gedaan tegen de gemeente, omdat er uilen in de gesnoeide bomen broedden. Dat zullen wel ransuilen zijn. In Leiden zijn afgelopen voorjaar ook uilenbomen gesnoeid. Ik hoor het ieder jaar. Ik heb een bewoond nest gezien in een houtwal om een klein bedrijventerreintje op het platteland. Het jaar daarna was die hele singel gekapt. Dat had de eigenaar laten doen. Niet dat hij nadelen zag van de houtwal, maar dat hoorde nou eenmaal, bomen moest je onderhouden, anders werd het een chaos. De ransuilen zijn verdwenen. Zo ken ik veel verhalen, en vaak zijn het de mensen zelf die balen van of zelfs alleen maar bang zijn voor mogelijke ‘overlast’. Wat overlast is, is lastig te definiëren, maar bij uilen gaat het om geluid en poep. Je zult je auto onder een uilenboom parkeren! Dat de Scheemders uit de Plantsoenlaan het opnemen voor hun uilen, is dus op zijn minst opmerkelijk. Het is goed, want waar Staatsbosbeheer zijn best doet niet te kappen in het broedseizoen, weten overheden vaak niet dat ze volgens hun eigen beleid het broedseizoen moeten ontzien.