Tureluurs en de andere drie

Tureluur. Foto Koos Dijksterhuis
Tureluur. Foto Koos Dijksterhuis

De eerste grutto roept boven het natuurmonumentje Kardinge ten oosten van Groningen. Kieviten buitelen boven de aangrenzende, extensief beboerde weilanden en akkers. Scholeksters scharrelen langs de oevers van de plas en ja hoor, daar zie ik tureluurs door het gras stappen. Algauw vliegen er een paar op met hun oranjerode poten gestrekt naar achteren. Ze roepen zacht hun drietoon: tjuu-uu-uu. Tureluur dus. Prachtige beestjes.

Ik woonde jaren met uitzicht op dat kleine natuurgebied van Natuurmonumenten. In de lente hoorde en zag ik achtereenvolgens kieviten, scholeksters, tureluurs en grutto’s terugkeren naar hun broedgebied en posities innemen. Uit mijn raam ontdekte ik een kievitsnest en zag ik de pluizebollige kuikentjes door het gras rennen. Het gebeurt niet vaak meer dat je het kwartet steltlopende weidevogels bijelkaar hoort en ziet. Ik had dat geluk bij huis. Mijn kinderen groeiden ermee op.

Hadden we er een paar generaties eerder gewoond, dan was het weidevogelviertal een zestal geweest. Kemphaan en watersnip zijn intussen als broedvogel uit het boerenland weggejaagd. Niemand herinnert zich nog het gemekker van hemelgeitjes: baltsende watersnippen die door de lucht buitelen, terwijl ze met hun staartveren flapperen. Een fantastische zicht- en geluidsshow die zelfs op de grootste stadsfreak gegarandeerd indruk maakt. Maar niemand weet het nog, en dus mist niemand het. Binnen twee generaties is alles vergeten. Mijn kleinkinderen zullen later wellicht tureluurs en grutto’s niet missen. Mijn kinderen wel, wat doe ik ze aan?

Een tureluur die op een paaltje staat te roepen of de wacht houdt, valt op. Hoe anders is het gesteld met een tureluur op de eieren. Ze landt en is foetsie. Onvindbaar zit ze roerloos op het nest onder het gras.

(Natuurdagboek Trouw 31 maart 2014)