De tuin leeft van de vogels

Huismus aan de pinda’s
Huismus aan de pinda’s. Foto Koos Dijksterhuis

Nu het kouder is, wemelt mijn tuin meteen van de vogels. Lijsterachtigen, mezen en vinken zijn uit het noorden en oosten gekomen en dat merk ik. Er wippen continu koolmezen en pimpelmezen door de bomen, soms snorren ze naar de pinda’s of de vetbol of naar de spinnen onder de dakgoot.

In het gevallen blad scharrelen huismussen, die ook de appelboom afschuimen op eetbaarheden. Mijn familie huismus is er elke winter en de mussen zijn behendig in het hangen aan pindanetje en vetbol. Vaak hangt er een mus aan de pinda’s, terwijl een mees tegenover de mus aan dezelfde pinda’s hangt. De mussen zijn niet van ver gekomen, ze broeden in de buurt.

Tussen de bladeren hipt dagelijks een roodborstje rond, zijn oranjerode borst opgezet alsof hij zich erop wil trommelen. Er is nog zo’n kleine scharrelaar in de tuin aanwezig, die wat meer de geborgenheid van struiken en planten zoekt: een heggenmus. Die lijkt wel wat op een huismus, maar heeft, net als de roodborst, een spits snaveltje, geen dikke snavel zoals de huismussen. Hij is geen familie van de mussen. De merels struinen ook graag door de bladeren, en jagen de heggenmus soms weg.

Als ik dit stukje typ, word ik telkens afgeleid door het heen-en-weergefladder in de tuin. Wat een vogels! Ik verbaas me erover hoe geroutineerd de mussen aan de pinda’s hangen. Volgens mij deden mussen dat in mijn kindertijd niet, maar misschien vergis ik me; het geheugen is bedrieglijk. Of hebben mussen hun acrobatische kunsten sindsdien van mezen afgekeken?

In de appelboom zitten zes merels, twee vinken en een grijs vogeltje met een bruine kruin: het vrouwtje van de zwartkop. Boven hen pikt een prachtige lijster onbekommerd in een appel: een kramsvogel.

(Natuurdagboek Trouw vrijdag 11 nov. 2016)

De tuin leeft van de vogels
DELEN