Tropische vlinders in Amsterdam

Blauwemaanvlinder Hypolimnas bolina m.  Foto Koos Dijksterhuis
Blauwemaanvlinder Hypolimnas bolina m. Foto Koos Dijksterhuis

Op een stralende dag loop ik door de hortus botanicus in Amsterdam. Ik vraag me af waarom een tuin botanisch heet, zouden de mensen anders denken dat het een dierentuin is? Misschien, want ik zie opmerkelijke dieren. Twee vlinders van zowat een decimeter doorsnee fladderen rond. Andere mensen kijken er niet van op. Ze letten niet op vlinders of denken misschien dat het gewone vlinders zijn, niks bijzonders. Voor hen zouden het evengoed koolwitjes kunnen zijn, wie ziet het verschil?

Deze vlinders zijn zwart met witte en wit-met-blauwe vleugelvlekken. Niet zomaar blauw maar een helderblauw waar zelfs de wolkenloze hemel niet aan kan tippen. Ze doen me aan weerschijnvlinders denken, maar het blijken tropische verrassingen te zijn. Blauwemaanvlinders om precies te zijn. Twee mannetjes zijn het, de vrouwtjes hebben heel andere kleuren.

Blauwemaanvlinders komen voor in Oceanië, Nieuw-Zeeland en Australië, Zuid- en Zuidoost-Azië en op Japan en Madagaskar. Ze houden van halfopen loofbos en struikgewas. Vrouwtjes zetten één of enkele eitjes af aan de onderkant van een blad. Eerst inspecteren ze dat blad op de aanwezigheid van mieren. Die mijden ze, want mieren zouden de eitjes opeten. Soms blijft de vlinder een paar dagen rondfladderen bij de eitjes. Na een dag of vier komen ze uit.

Blauwemaanvlinders hebben een mooi staaltje evolutie laten zien. Op twee Samoa-eilanden werd de soort geplaagd door een parasiet waaraan alleen mannetjesvlinders dood gingen. In 2001 waren er haast geen mannetjes mee over. Maar de laatste overlevers ontwikkelden resistentie tegen de parasiet en zes jaar later was alweer bijna de helft van de vlinders man.

Die blauwemaanvlinders in de hortus moeten zijn onstnapt uit de bijbehorende vlinderkas.

(Natuurdagboek Trouw woensdag 29 juni 2016)