Tronkenbij doelwit van knotswesp

Kleine knotswesp vr. Sapygina decemguttatam, Foto Pieter van Breugel

In Nederland leven nogal wat solitaire bijen. Sommige van die einzelgängsters, zoals tronkenbijen, ranonkelbijen en rosse metselbijen, maken hun nestje in een gat in dood hout. In een door keverlarven geknaagde gang, bijvoorbeeld. Rottend hout en grote kevers zijn zeldzaam in ons opgeruimde land. Daarom verkopen natuurorganisaties doorzeefde houtblokken. Niet helemaal doorzeefd, een bijenhol heeft één opening.

Zoals vogelnestkasten vaak door onbedoelde soorten worden bezet, blijken bijenblokken niet alleen bijen, maar ook wespen aan te trekken, die op bijenbroed parasiteren. Nu zijn die koekoekswespen ook zeldzaam, dus dat is een mooi neveneffect.

Een derde van de tronkenbijennesten blijkt geparasiteerd te zijn, aldus Huib Koel van de online bijengids www.wildebijen.nl. Tronkenbijen zijn kleine, zwarte bijtjes. Op hun gezicht dragen ze grijze stoppels. De vrouwtjes zijn aan hun achterlijf geel van onderen. Daar groeien hun verzamelharen om stuifmeel mee te vervoeren. Het stuifmeel vangen ze op als ze met hun achterlijf een bloem bekloppen.

Tronkenbijen nestelen in gaten in hout, maar ook in holle rietstengels. Ze leggen maar een stuk of acht eitjes en leven slechts een maand. Ze leven van gele composieten. Jakobskruiskruid is favoriet.

Tronkenbijtjes zijn het voorkeursdoelwit van kleine knotswespen. Deze zwarte wespjes met witte vlekjes zijn nog geen centimeter lang. Ze hebben een slank, op een tube lijkend lichaam. De mannetjes van knotswespen hebben knotsvormige antennes. Kleine knotswespen komen nog maar sinds 1950 in Nederland voor, maar rukken op vanuit het zuiden. Een knotswesp kan langdurig bij de ingang van een tronkenbijennest posten, wachtend op een kans haar ei kwijt te raken. De wespenlarve eet de bijenlarven op. Wees dus niet verbaasd als er volgend jaar uit uw bijenblok geen bijen vliegen.

Eén gedachte over “Tronkenbij doelwit van knotswesp”

  1. Beste Koos,
    een aardig artikeltje, mijn complimenten. De foto in Trouw was helaas slechts een deel van de kleine knotswesp. Overigens is de wetenschappelijke naam ervan Sapygina decemguttata (zonder m aan het eind) en eet een knotswesplarve maar één bijenlarve of ei op, eventueel ook nog concurrerende larven van de eigen soort.
    Met vriendelijke groet,
    Pieter van Breugel

Reacties zijn gesloten.