Trompetterende kraanvogels

kraanvogels
Kraanvogels. Foto Koos Dijksterhuis

Weinig vogels maken zoveel indruk als kraanvogels. Zelfs de meest rabiate natuurvijand kan niet ontkennen dat kraanvogels wat hebben. In de meeste landen zijn kraanvogels geliefd. Ze zouden geluk brengen. Ik word inderdaad blij van kraanvogels en vind het fijn dat ze zich de laatste jaren gemakkelijker laten zien. Voorheen waren de grote, elegante vogels zeldzamer en schuwer.

In Scandinavië, de Baltische landen, Rusland, Polen en Duitsland broeden kraanvogels in behoorlijke aantallen in moerassen met hei en bos, vaak niet ver van akkerland. Tijdens de trek verzamelen zich tienduizenden op vaste plekken, zoals het Oostzee-eiland Rügen en het heidegebied Diepholz. Vanouds trokken de kranen naar Spanje en Zuidwest-Frankrijk maar eind vorige eeuw zijn er in de Champagne twee meren aangelegd, precies op de trekroute. Overvliegende kraanvogels zagen die meren en namen een kijkje. Ze vonden er veilige slaapplaatsen op het water en een gedekte dis op de akkers eromheen. Kraanvogels zijn gek op oogstresten, van maïs, tarwe en bieten bijvoorbeeld, en broeden en overwinteren vaak in de buurt van akkers.

Maïs is tegenwoordig een veel geteeld gewas. Nederlandse maïs gaat volledig naar de varkens wier stront vervolgens in de maïsakker wordt geïnjecteerd. Dat oogsten van deze snijmaïs gaat zo efficiënt, dat er geen blaadje, laat staan korrel op het veld achterblijft. De afgemaaide stoppels worden ondergeploegd. Hetzelfde gebeurt trouwens met Nederlandse tarwe.

Gelukkig is er in de buitenlanden meer te halen voor kraanvogels. Daar danken wij aan, dat sommige van die schoonheden naar ons land uitweken. Ze broeden zelfs bij ons: in de natuurgebieden Fochteloërveen en Dwingelderveld. De meeste kraanvogels trekken over Nederland. Dan trompetteren ze hun melancholische gluu gluu, waaraan ze hun wetenschappelijke naam grus grus danken. Kraanvogels zijn latinisten.

(Natuurdagboek Trouw maandag 17 okt. 2016)