Trekvogels met zenders verklappen locaties

Gezenderde grauwe kiekendief wordt vrijgelaten. Foto Koos Dijksterhuis
Gezenderde grauwe kiekendief wordt vrijgelaten. Foto Koos Dijksterhuis

Ooit was ik erbij toen akkervogelonderzoeker Ben Koks de eerste grauwe kiekendieven met een satellietzender uitrustte. De vogels droegen hun zender mee naar Afrika. De een vloog via Gibraltar, de ander over Italië. De een overwinterde in Mali, de ander in Niger. Dit alles bleek uit de via satellieten doorgeseinde locaties. Sindsdien zijn er veel meer kiekendieven gezenderd. Ze kunnen elk moment arriveren voor een nieuw broedseizoen.

Intussen vliegen er ook wespendieven met zenders. Die roofvogels overwinteren eveneens in Afrika en komen nu terug. Ze blijken in september in één ruk naar een Afrikaanse bestemming te vliegen, waar ze vervolgens zeven maanden blijven. In april vliegen ze weer terug. Jonge vogels trekken aarzelender naar Afrika, alsof ze de route nog aan het verkennen zijn. Ze blijven onderweg wel eens ergens rondhangen. Ook qua verblijfplaats zijn ze minder standvastig. Misschien proberen ze een paar jachtgebieden uit.

Behalve met zenders kunnen vogels voorzien worden van een loggertje, dat onderweg de lichtintensiteit en daglengte meet. Uit de opgeslagen gegevens kan afgeleid worden waar de vogel geweest is. Die loggertjes wegen een halve gram en kunnen zelfs gebruikt worden bij kleine vogels. Bonte vliegenvangers bijvoorbeeld. Je moet ze na terugkeer dan wel opnieuw weten te vangen. Met vliegenvangers is dat makkelijk, want die broeden in nestkasten.

Vliegenvangeronderzoeker Christiaan Both meldt dat hij 10 april de eerste geloggerde vliegenvanger terugving. Een mannetje dat vorig jaar geen vrouwtje kreeg en half juli al uit Nederland aftaaide, om een maand later op de grens van Ivoorkust en Liberia aan te komen. Daar bleef hij de hele winter. Hij vertrok rond 22 maart en keerde 9 april terug, op honderd meter van waar hij vorig jaar werd geringd.

(Natuurdagboek Trouw 18 april 2014)