Trekvogels aan het strand

© Koos Djksterhuis

We stappen langs de waterlijn op het Noordzeestrand van Schiermonnikoog. Drieteenstrandlopers dribbelen mee, sommige nog roestbruin van hun zomerkleed. Er zijn meer gevederde poolreizigers op de terugweg: bonte strandlopers, kanoetstrandlopers, rosse grutto’s vliegen langs. Een steenloper rent langs aangespoelde bosjes zeewier. De vogels hebben op de toendra gebroed, in Groenland of Siberië. Ze overwinteren hier of verder zuidelijk, tot Zuid-Afrika aan toe. Grote sterns leren hun jongen zandspiering vangen: als witte pijlen schieten ze met ingeklapte vleugels de zee in. Die hebben gebroed op de wadden, vermoedelijk op Griend, waar een grote broedkolonie is. Maar met hun vliegvlugge jongen stropen ze de kust van Schier af, waarvan ze uitrusten op het Oosterstrand.

Er liggen visnetten op het strand, melkpakken, shampooflessen, jerrycans, glasscherven, plastic flessen, klonten gestolde stookolie en paraffine. Een roomijsverpakking van wit plastic zit tot de rand vol zeewater. Er zwemmen acht vlokreeftjes in, die pas kunnen ontsnappen als de vloed komt.

Bij plassen regenwater op het begroeide strand hangen meer trekvogels rond. De witte kwikstaarten en veldleeuweriken hebben waarschijnlijk in de buurt gebroed. Zo niet de twee strandlopertjes, formaat mus, die met een kwettertje wegvliegen. Het zijn kleine strandlopers, uit Siberië. Ook de twee bontbekplevieren zijn waarschijnlijk op doortrek, al broeden bontbekjes mondjesmaat in Nederland. Ze vliegen weg met hun lange, smalle puntvleugels.
Kleine mantelmeeuwen, zwart-wit met gele poten en snavel, voeren hun jongen. Die zijn al groot en kunnen vliegen, maar zijn nog grijsbruin. Over twee jaar worden ze zwart-wit.
Hazen rennen over het begroeide strand. In de herfstkleurige vegetatie vallen knalpaarse lamsoren en spierwitte parnassia’s op. Ook zeeraket en zeeaster bloeien nog en een enkele duizendguldenkruid.

Eén gedachte over “Trekvogels aan het strand”

  1. Hoi Koos,
    Ik durf het bijna niet te geloven, maar mijn vogelboek zegt dat het kan kloppen: ik denk dat ik halsbandparkieten zag tijdens ’t campingverblijf aan zee bij Den Haag 🙂 Nu nog uitzoeken welke uilen ik telkens hoorde daar in de bosrand. Wel geprobeerd ze in de zaklantaarnstraal te vangen, maar helaas.
    Vriendelijke groeten

Reacties zijn gesloten.