Tjilp tjilp!

Huismussen m+v, foto Koos Dijksterhuis

Spaarndam is klein en schilderachtig. Op de verkeersborden na is alles er oud. De brede heg langs een tuin past goed bij de nostalgische sfeer. Vooral omdat de heg zindert van het getjilp en gefladder. Er zitten wel vijftien huismussen op. Vijftien huismussen!

Dat ’s lands bekendste en ooit talrijkste vogel zeldzamer wordt, is al jaren bekend. De huismus is op zijn retour. Iedereen kan op zijn klompen aanvoelen dat het verharden van tuinen en het vervangen van heggen door schuttingen de huismus uit de tuin jaagt. Maar dat is lastig te bewijzen, want daarvoor is onderzoek nodig en dat kost geld. En huismussen waren nooit zo populair als onderzoeksobject – saai! Uitlaatgassen, het niet meer uitkloppen van kruimelige tafellakens; van alles kreeg de schuld.

Ik vind mussen allerminst saai en er zijn onderzoekers die een groot deel van hun leven aan huismussen wijden. De Rotterdammer Kees Heij bijvoorbeeld, die op huismussen promoveerde. En Minouk van der Plas, die een leuk boek over de huismus schreef.

In het KNNV-blad Natura staat een artikel over huismussen in Delft. In 1975 broedden daar naar schatting 1400 à 1700 paar. In 2011 waren dat er 204. Dat waren er evenveel als in 2007, maar in die vier jaar liepen hele stadsdelen leeg, terwijl een paar plekken juist volstroomden: de groenste buurten.

Tot de jaren ‘60 waren huismussen vooral vogels van het platteland. Ze broedden op erven en in de nazomer zwermden ze met de nieuwe generatie uit over de rijpe zomertarwe. Mussen werden als plaag bestreden, miljoenen waren er. Maar zomertarwe verdween grotendeels en een paar honderdduizend kilometer haag is gerooid.

We doen het allemaal zelf.

Eén gedachte over “Tjilp tjilp!”

  1. Goed getimed artikel !
    Over een paar weken gaat het gros van de huismussen weer broeden, en dan
    zou het fijn zijn als zo veel mogelijk jongen kunnen uitvliegen. Dat de
    ouders er hun uiterste best voor doen mag duidelijk zijn. Zo vaak als ze
    oefenen voordat er een eitje gelegd kan worden 😉

    Voor de overleving van jonge huismussen zijn vooral insecten van belang.
    Met name groene luizen, spinnen, muggen, gaasvliegen en dergelijke
    “zachte” insecten.

    Dus wie het aandurft de rozen vol luis te laten zitten, de spinnen tegen
    de muren te hebben, en ’s avonds buiten te zitten zonder muggendodende
    middelen:
    Please do !
    Het maakt de overlevingskansen voor nestjongen van huismussen des te groter.

    Zorgt u dan ook nog dat de volwassen huismussen zaden te eten hebben dan
    is het helemaal perfect. Want dan bewaren de ouders de gevangen insecten
    (bijna) allemaal voor de jongen in het nest.

    En als ze dan in mei uitvliegen weet u dat u geholpen hebt.

    mvg
    Liset Karman
    Stichting Witte Mus.

Reacties zijn gesloten.