Tante Pos en de witte duif

Postduif. Foto Koos Dijksterhuis
Postduif. Foto Koos Dijksterhuis

Zoals sommigen een aanloopkat krijgen, kregen wij vroeger thuis een aanvliegduif. Postduiven kwamen wel vaker buurten, omdat wij duiven hielden. Die woonden in een door mijn vader gemaakte duiventil en in een volière. We hadden wel twintig duiven. Mjn vader en broer zorgden ervoor, later ook mijn zus en toen iedereen behalve ik het huis uit was, nam ik de duivenzorg over.

De postduiven die neerstreken, aten hun buikje vol, rustten uit en vlogen dan weer verder. Zo niet die ene postduif. Mijn moeder achterhaalde de eigenaar, die haar toebeet dat ze de duif de nek moest omdraaien. Zo’n duif had ie niet voor de lol, die moest wedstrijden vliegen.

De postduif leefde nog lang en gelukkig tot ze door een kat werd verscheurd. Ze werd tante Pos genoemd. Er was ook een stokoude tante in de familie, die tante Cos heette. Ik vond dat als kind verwarrend.

Toen ik de duiven ging verzorgen, hadden we er nog een stuk of tien. Ze vlogen me tegemoet als ik uit school kwam, zaten op mijn hoofd, schouders en handen. Toen kwam er bij kennissen een witte duif in de schuur zitten. Of wij die wilden adopteren? Vooruit. Hij werd getolereerd maar bleef een einzelgänger. Na een tijdje lagen er ’s morgens steeds twee onthoofde duiven in het hok. Bij de laatste twee ontdekten we dat die witte duif dat deed. Hij stortte zich in hun slaap op de duiven en probeerde hun kop eraf te pikken. Een psychopaat!

Eén duif overleefde de slachting. Toen ik ging studeren, raakte ik bevriend met iemand die ook een duif had. Ze zijn allebei naar mijn zus verhuisd, die op het platteland woonde.

(Natuurdagboek Trouw vrijdag 29 juli 2016)

Tante Pos en de witte duif
DELEN