Tamme zweefvlieg

Doodskopzweefvlieg. Foto Jeanette Essink
Doodskopzweefvlieg. Foto Jeanette Essink

Als ik in de tuin zit, dramt er een venijnig zoemend insect om me heen. Hij is zwart met geel gestreept en in de nazomer zijn zwart met geel gestreepte drammers meestal wespen. Maar deze dramt niet verkennend als een wesp, hij hangt even stil en schiet dan een eindje weg. Een zweefvlieg dus.

De zweefvlieg gaat op me zitten. Ik heb niets tegen zweefvliegen, maar zo tam vind ik overdreven. Ik kan hem wel mooi bekijken. Het is een vrij grote, brede zweefvlieg met een wespachtige tekening, maar geen wespentaille. Hij houdt zijn vleugels platter dan een wesp doet. Een wesp richt zijn lange vleugels naar achteren. De zweefvlieg heeft een zoom van haartjes en op zijn nek prijkt een afbeelding van een kleine batman, die sommigen op een doodshoofd vinden lijken. Het is overduidelijk een doodskopzweefvlieg.

Ik zou een foto kunnen maken, maar in plaats van de camera heb ik een beker koffie in mijn handen. Als de zweefvlieg weer rond mijn hoofd zweeft haal ik het fototoestel. Weer buiten zie ik hem niet meer, maar al gauw komt ie indringend zoemend aangesneld vanuit de klimop, die wemelt van de zweefvliegen en andere insecten. Even inspecteert de doodskopzweefvlieg me, vindt dan blijkbaar dat ik bij nader inzien toch niet zo aantrekkelijk ben, en snort weer pijlsnel naar de klimop.

Vanuit mijn werkkamer kan ik van boven op die klimop neerkijken en de vliegen, wespen en vlinders volgen, die op de klimopbloesem afkomen. De doodskopzweefvlieg zit er ook tussen, hij is nu al een oude bekende. Nog even en hij zal dood zijn. Maar hij laat vast larven na, die overwinteren in rottend blad of houtmolm.

(Natuurdagboek Trouw woensdag 28 sept. 2016)