Strandkraaien

Zwarte kraai. Foto Koos Dijksterhuis
Zwarte kraai. Foto Koos Dijksterhuis

Noem eens wat strandvogels. Op het Hollandse strand stappen zilvermeeuwen door de waterlijn, waar bodemdieren te vinden zijn en eetbaarheden aanspoelen. Op de minst door mensen bewandelde plekjes dribbelen drieteenstrandlopers, de enige strandlopers die liever op het strand lopen dan op het wad of op zoetwaterslikken. Een scholekster vergezelt hen. Boven zee vliegen meer meeuwen, aalscholvers, een rijtje eidereenden. Eén rotgans passeert, de meest zeewaardige van onze ganzen.

Meeuwen, strandlopers, aalscholvers, misschien noemt u sterns, al zijn die nu in het verre zuiden. De kans dat u bij strandvogels aan kraaien denkt, is klein. Toch zijn er altijd zwarte kraaien op het strand te vinden. Zwarte kraaien broeden in bomen en zou je bosvogels kunnen noemen, maar juist in de bossen zijn er relatief weinig. Op grasland zijn ze vaker te zien. Daar wroeten ze met hun snavel in de grasmat, om larven te vangen, emelten bijvoorbeeld, de larven van langpootmuggen. Op akkers kunnen ze tot ergernis van boeren zaden eten. In de wegberm ruimen ze doodgereden dieren op. In tuinen raggen ze soms in één klap een hele vetbol weg. Bosvogel, weidevogel, akkervogel, bermvogel, tuinvogel en dus ook strandvogel. Zwarte kraaien zijn opportunisten, ze eten vrijwel alles en vinden overal wat van hun gading.

Het gaat best goed met de kraaien, de bestrijding ervan ten spijt. Sommige boerderijen zijn bijna kraaivrij. Bijna, want zo’n leemte op de kaart wordt meteen weer gevuld met kraaien uit de omgeving. Zwarte kraaien hebben de uithoeken des lands gekoloniseerd. Overal komen ze voor. Tot op het strand. Maar helemaal van harte gaat dat niet. De kraai op de foto werd verrast door een golfje en liep op zijn tenen weg.

(Natuurdagboek Trouw woensdag 18 feb. 2015)