Stormvogels op zee

Noordse stormvogel. Foto Koos Dijksterhuis
Noordse stormvogel. Foto Koos Dijksterhuis

Aan boord van de ijsbreker Ortelius zijn Trouw-lezers in de meerderheid. Althans tot Aberdeen in Schotland, het eerste deel van onze reis. We varen van Hansweert in Zeeland naar Spitsbergen, via het afgelegen Shetland-eilandje Fair Isle en het nog afgelegener vukaaneiland Jan Mayen. Aberdeen is wel veertig uur varen. Algauw verliezen de telefoons hun bereik en staren we uit over zee. Daar vliegen zeevogels. De visdiefjes en kokmeeuwen maken plaats voor noordse sterns en drieteenmeeuwen. ’s Morgens dient de eerste Noordse stormvogel zich aan.

Noordse stormvogels lijken op meeuwen, maar zijn het niet. Ze horen bij de albatrossen en pijlstormvogels. Hun vierde teen zit met een zwemvlies vast aan de andere drie, meeuwen steken die teen naar achteren. Stormvogels hebben een buis op hun neus waardoor ze zout lozen. Ze kunnen zout water drinken en hebben land alleen nodig voor de eileg. Pas in hun vijfde levensjaar gaan ze broeden. Ze leggen één ei per keer, dat ze ruim zeven weken bebroeden en dan nog zeven weken voeren, voor het uitvliegt. Het zijn dus trage voortplanters. Daar staat tegenover dat ze vijftig, zestig jaar oud kunnen worden. Dat ze zich in twee eeuwen van zeldzame tot talrijke zeevogel hebben opgewerkt, danken ze echter aan bijvangsten die vissers overboord zetten. Dat is onlangs wegens het milieu verboden en de stormvogel-aantallen dalen weer.

Maar nu vliegen ze mee met de boot, soms zo dichtbij dat de verrekijker niet scherp te stellen is. Oppassen, ze kunnen bijtend maagzuur spugen. Maar zie hoe lenig ze vliegen, dagenlang, vlak boven zee. Soms snijden ze even met hun vleugelpunt door het water. Alsof ze het lekker vinden. Ze zullen ons blijven vergezellen tot Noord-Spitsbergen.

(Natuurdagboek 11 juni 2014)

Stormvogels op zee
DELEN
Tags: