Storm op het strand

© K. Dijksterhuis

Eén windstille winterdag werd ons gegund op Schiermonnikoog. We zijn nog niet in huis, of geklater op het dak verraadt neerslag. De volgende dag wordt felle zon afgewisseld door nog fellere buien. Stormachtig voortgedreven, loodgrijze wolken striemen het eiland met horizontale hagel en sneeuw. We tornen tegen de noordwestenwind in naar het strand. De zee wordt het strand opgezweept. Waar gisteren schelpen lagen, schuimt nu het water. Daarachter is de branding furieus.

We lopen met de wind in de rug naar het oosten, maar kunnen bij paal 9 niet verder. De Noordzee gutst met een noodgang door een slenk naar de langgerekte plassen tussen de jonge duintjes op het strand. Daar brokkelt het ijs snel af. We maken een omtrekkende beweging van vijf kilometer om aan de voet van de duinen nog eens oostwaarts te lopen. De korrelige sneeuw maakt het stappen zwaar, maar zolang de hagel ons van achteren geselt, is het doenlijk. De spectaculaire wolkenluchten maken alles goed. Mijn voeten soppen in ijswater, want waar de voet het breedst is, zijn mijn bergschoenen opengebarsten.

© K. Dijksterhuis

Veel steltlopers zijn door de opgezweepte zee hun hoogwatervluchtplaats kwijt. Ze verzamelen zich met honderden op de duintjes die in eilandjes veranderen. Bonte strandlopers, zilverplezieren, wat drieteenstrandlopers en enkele kanoeten trotseren zij aan zij de storm. De eerste groepjes zetten al koers naar de Waddenzee. Zou het daar beter toeven zijn?

Op het begroeide strand zwermen putters rond en enkele sijzen. Vogels die je in de tuin zou verwachten, niet op het strand.

Bij paal 10 slaan we rechtsaf, door het gat in de stuifdijk en maken we een u-bocht naar het Waterstaatpad. Daar is ook veel te zien, leest u het morgen.