Stinkende zuurstokjes

Roze stinkzwam, © Jeanette Essink

De grote stinkzwam is een bekende paddestoel. Als het een paar dagen vochtig is, schieten paddestoelen uit de grond. Stinkzwammen rijzen op uit hun ei, tot een vorm die onze voorouders ertoe bracht ze als lustopwekkend middel te serveren.

Kleine stinkzwammen zijn zeldzamer dan grote, wat kleiner maar vooral dunner en met gele stengels. Roze stinkzwammen zijn nog lastiger te vinden. Ze komen nog maar een jaar of zestig voor in Nederland, nadat ze een halve eeuw eerder uit Amerika in Zuid-Europa zijn ingevoerd.

Ze lijken sterk op kleine stinkzwammen, maar zijn natuurlijk roze. Al kunnen ze ook rood zijn. Je zou ze kunnen aanzien voor zuurstokken, als ze niet zo’n donkere top hadden. Daar zit een slijmerig, groenig grijs prutje op, dat een poepluchtje verspreidt, dat onweerstaanbaar is voor vliegen. De smurrie bevat de sporen. Helemaal bovenop steekt er weer een roze knopje uit. Als de vliegen de sporenpasta eraf likken, lijkt die verdikking als een knoopje op de top te balanceren. De gewassen top is vuurrood als een framboos en blijkt raatvormige holten te bevatten.

Lang blijft de roze stinkzwam niet fier overeind staan. De steel is een sponzig en nog hol ook, en na een dag zakt de zwam al een beetje in.

Roze stinkzwammen groeien op grond waarin soms gespit of gerommeld wordt. Ze houden van houtsnippers en vermolmd hout. Ze zijn namelijk saprofiet. Dat betekent dat ze geen voedingsstoffen met bomen of planten ruilen tegen suikers, maar van dood organisch materiaal leven.

Het vaakst worden roze stinkzwammen in parken en tuinen gevonden, maar ook in het bos kunnen ze staan, in loof- zowel als naaldbos.