Stinkende schoonheid

Hop. Foto Koos Dijksterhuis
Hop. Foto Koos Dijksterhuis

Soms meldt een lezer dat ik veel over de natuur in Noord-Nederland schrijf en dat Limburg, Brabant en Zeeland erbij inschieten. Dat is waar, hoewel ik dat soms goedmaak met een paar dagen in het zuiden. Het erbij inschieten komt door de afstand. Vanuit Groningen ben ik naar Zeeland evenveel reistijd kwijt als naar Boekarest, waar ik vorige week met veertien Trouwlezers ben aangekomen.

Wij namen daar de bus naar Tulcea, waarvandaan we de Donaudelta en omgeving uitkammen om bijzondere vogels te zien. Ik hoop dat er na de lange koudeperiode al kleurrijke zomervogels zijn, zoals bijeneters en scharrelaars. Hoppen zijn er in ieder geval wel; soms zag ik vanuit de bus een hop weg vliegen.

Prachtige vogels zijn het toch, hoppen: met hun oranje lijf, hun gigantische kuif en hun grote, zwart-witte vleugels. Die vleugels zijn rond als kievitenvleugels en hoppen golven ermee door de lucht alsof ze een specht zijn. En qua kleur en voedselkeus en broedplek hebben ze ook wel wat van spechten.

Met die lange, kromme snavel zijn ze gespitst op dierlijk voedsel: grote insecten en liever nog hun larven. Een hop jaagt vaak in zijn eentje op de grond, rond spiedend of er iets beweegt, of een luchtgaatje in de grond een eetbare, ondergrondse bewoner verraadt, en misschien luistert hij ook wel. Ineens zie je hem dan een sprintje trekken: hop! Erbovenop. Zijn naam dankt de hop trouwens aan zijn roep: “hoep, hoep, hoep”.

Hoppen broeden in holle bomen, bijvoorbeeld in door spechten uitgehakte holen. Als een hop in het hol bedreigd wordt, verdedigt hij of beter: zij (want alleen het vrouwtje bebroedt de eieren) zich door de aanvaller te bespuiten met een stinkende vloeistof. Ook hoppenkuikens beschikken over zo’n wapen. Daar kwamen mensen algauw achter. Mensen hebben vogels, hun eieren en kuikens altijd uit holen gepakt om op te eten, maar bij de hop was dat geen succes. Hoewel hoppen in Nederland altijd zeldzaam zijn geweest, leverde het hen bij ons de bijnaam drekhaan op.

(Natuurdagboek Trouw maandag 23 april ’18)