Stervormige klokjes

Kruipklokjes op winters stadsbalkon. Foto Koos Dijksterhuis
Kruipklokjes op winters stadsbalkon. Foto Koos Dijksterhuis

In de lente en zomer worden in tuincentra plastic hangpotten verkocht, waarin een groene dos met paarse bloemetjes groeit. Deze klokjes doen het uitstekend in potten, mits ze genoeg water krijgen. Mochten ze verdrogen of op een andere manier het loodje leggen, dan hebben ze hoogstwaarschijnlijk reeds hun zaad over de rand gemorst. Op de volle grond eronder, in potten die daar staan of in de kieren tussen tegels en straatstenen zullen ze geestdriftig ontkiemen en opgroeien. Van bodembedekker tot rotstuinplant – niets is deze bloemen te dol. Ook op oude muren kan de soort aanslaan en dan als een hangplant door het leven gaan.

Op welke plek ook – ze bloeien er uitbundig met hun paarse, soms ook witte bloemen. Campanula’s zijn het, klokjes; kruipklokjes om precies te zijn, Campanula poscharskyana in bloempotjeslatijn. De witte is een aparte ondersoort. In tegenstelling tot andere soorten klokjes zijn de bloemen van kruipklokjes niet klok- maar stervormig. De bloei is het uitbundigst in juni en juli. Volgens tuinwebsites, tuinplantenboeken en mondelinge overleveringen bloeien sommige kruipklokjes wel door tot in de herfst. Nou zeker, ik zie ze half december nog in vol ornaat. In stadstuinen en op stadsbalkons hebben ze het iets warmer dan ze het in hun wilde leefgebied zouden hebben, en dat is te merken. Ze zijn niet weg te branden. Ze bloeien twee keer per jaar en soms groeien en bloeien ze de hele winter door.

In het wild komen ze voor in de bergen op de Balkan. Dat is grofweg Zuidoost-Europa. Kroatië is hun bakermat, maar vanwege hun gemakkelijke teelt en hun fraaie, langdurige bloei zijn ze al lang in trek als sierbloem. De wetenschappelijke naam van de plant verwijst naar de Duitse plantenkenner Gustav Adolf Poscharsky die rond  1900 voor de botanische tuin van Dresden werkte.

(Natuurdagboek Trouw maandag 19 dec. 2016)