Sterns en dieven

Noordse stern. Foto Koos Dijksterhuis
Noordse stern. Foto Koos Dijksterhuis

Boven mijn huis hoor ik ze soms roepen, de visdiefjes: “krrr krr”. Ze broeden op het grinddak van een gymzaal. Daarvandaan inspecteren ze de wateren. Overal kun je visdiefjes boven vaarten en meren zien luchtdansen, soms als een raket het water in duikend. Vis!

Hun neven de Noordse sterns doen hetzelfde, maar dan liever op zee. Nederland ligt op de zuidgrens van hun broedgebied, Noordse sterns zijn noordelijke vogels. Tot ver boven de poolcirkel broeden ze, terwijl ze tot onder de zuidpoolcirkel overwinteren. Noordse sterns horen bij de langste-afstandsvliegers ter wereld.

In Nederland kunnen Noordse sterns niet makkelijk een broedplaats vinden. Ook de visdiefjes tobben wat af op broedgebied. Terwijl ze weinig eisen: een kaal, vlak stukje grond voor de eieren, in de buurt van viswater. Er mag zand liggen, of grind, schelpen zijn ook goed, maar niet te veel begroeiing. Tussen het onkruid kunnen ze hun ei niet kwijt.En er moeten geen mensen, honden, katten of ratten door de kolonie banjeren.

Kom daar in Nederland eens om: een stukje grond zonder mensen en huisdieren.

Visdiefjes wijken uit naar platte daken. En Noordse sterns maken gebruik van opgespoten eilandjes en vrijgestelde landjes. Landjes moeten omheind zijn met schrikdraad tegen vossen. Bij de Punt van Reide, de landtong tussen Dollard en Eems aan de Groninger kust, zijn plekken voor Noordse sterns aangelegd. Eerst kregen ze hun broedplek bij de Eenshaven, maar daar nam de industriële bedrijvigheid toe en moesten de schreeuwende schijterds weer weg. Een nieuw terreintje is genoeg om ze een heenkomen te bieden.

Daar vissen en broeden ze nu, de Noordse sterns, met hun rode snavels, hun korte rode pootjes en lange, lichtgrijze vleugels.

(Natuurdagboek Trouw donderdag 26 mei 2016)