Stekelige vlieg

Wapenvlieg Clitellaria ephippium. Foto Koos Dijksterhuis
Wapenvlieg Clitellaria ephippium. Foto Koos Dijksterhuis

Vliegen zijn er veel en vliegen zijn niet geliefd. Dat laatste is te wijten aan de massaal voorkomende huisvlieg die in warme tijden voortdurend op je kan gaan zitten en steevast ontsnapt aan de dodelijke klap met een opgerolde krant. Speciaal voor huisvliegen is de vliegenmepper uitgevonden. Die is doorluchtig, zodat hij niet zo’n windvlaag veroorzaakt als een krant, en een vlieg hem dus minder gauw voelt naderen.

Ook vleesvliegen en bromvliegen kunnen hinderlijk zijn, al steken of bijten ze niet. Veel vliegenfamilies echter malen niet om mensen. Zweefvliegen of blaaskopvliegen bijvoorbeeld, die soms sterk op bijen of wespen lijken. Dat geldt ook voor wapenvliegen. Die zijn niet geel-zwart gestreept, maar lijken met hun donkere, in de lengte geplooide vleugels op een graafwespje. Of op een vliegende mier. Maar het blijven vliegen. Wapenvliegen danken hun strijdlustige naam aan de stekeltjes op hun bovenrug, door insectenkenners borststuk genoemd. Maar de stekelige vliegen bijten niet en steken niet.

Op de foto prijkt een roodrugwapenvlieg, Clitellaria ephippium, die als larve is opgegroeid in een gastgezin van mieren. Vlinders van de blauwtjes-familie laten zich als rups ook fêteren door mieren, maar dat sommige vliegen hetzelfde doen, is minder bekend. Ze eten mierenlarven. Dat is uitzonderlijk onder wapenvliegen, waarvan de meeste soorten leven van rottende plantenresten. De bekendste van de 2700 soorten wapenvliegen op aarde is waarschijnlijk de soort die misoogsten veroorzaakt in suikerrietplantages, door de wortels van de planten aan te knagen. Overigens hebben alleen de larven een gezonde eetlust, zoals dat vaak bij insecten het geval is. Eenmaal ontpopt tot volwassen vlieg, eet zo’n beestje niets of alleen wat stuifmeel. Net als bijen en vlinders zitten wapenvliegen daarom vaak op bloemen.

(Natuurdagboek Trouw vrijdag 28 aug. 2015)