Stekelige plant met lange wortels

Blauwe zeedistel. Foto Koos Dijksterhuis
Blauwe zeedistel. Foto Koos Dijksterhuis

Blauwe zeedistels zijn algemeen op sommige drukke stranden. In Zandvoort zag ik ze naast de boulevard in het witte zand. Erop staan zou zere voeten hebben betekend, maar er niet op staan betekende dat ook, want het zand was zo heet, het brandde mijn voetzolen.

Algemeen als ze hier en daar zijn, in Zeeland en op de Waddeneilanden zijn ze zeldzaam, op Schiermonnikoog althans. Ooit woonde ik als kind een dialezing bij van de eilander natuurman annex onderwijzer Henk Koning. Koning vertoonde een fraaie plaat van een blauwe zeedistel. Hij vertelde er niet bij waar de zeedistels stonden, en aan de foto was het niet te zien. Een keer was het wel aan de foto te zien geweest, op de achtergrond stond een kilometerpaal, die een toeschouwer kennelijk had afgelezen. Even later waren de zeedistels weg. De blauwe takjes staan decoratief in bloemstukjes.

Blauwe zeedistels zijn geen echte distels. Distels zijn composieten, zeedistels zijn schermbloemen. Maar ze zijn wel stekelig als distels. Een waslaagje beschermt de plant tegen uitdroging in het gortdroge, scherpe strandzand. Dat waslaagje is blauw. De planten lijken op de meest barre, uitgemergelde plekken te staan, maar dat valt mee. Op het strand spoelt van alles aan, wat ondergestoven raakt. Maar blauwe zeedistels hebben lange wortels en kunnen diep onder het schrale zand tot de humus reiken van wat er ooit aanspoelde en al jaren ligt te verteren.

We liepen vorige week vijftien kilometer over het strand en op het witte zand straalden enkele blauwe zeedistels ons tegemoet. U begrijpt dat ik niet verklap waar precies.

(Natuurdagboek Trouw 5 aug. 2013)