Steenloper met vlag

Steenloper. Foto Koos Dijksterhuis
Steenloper. Foto Koos Dijksterhuis

De wind is na een stormachtige dag gaan liggen en met de veertien Trouwlezers fiets ik door de polder van Schiermonnikoog naar de Oude Steiger. Het is vloed. De steiger lijkt te drijven op een bladstille Waddenzee. Zo stil zie je de Waddenzee niet vaak…

Op het slikdepot hippen tapuiten, graspiepers en kneuen. Altijd iets te halen daar – zaden en insecten. Futen en eidereenden liggen op het water. De futen duiken soms onder, de eiders houden zich roerloos als reuzendobbers.

Langs het kweldertje in de oksel van de steiger wachten bergeenden, rotganzen, pijlstaarteenden, scholeksters en tureluurs tot de zee wegebt. Ze zitten bij elkaar maar in de menigte vormt iedere soort zijn eigen groep. Ze hebben ook verschillende voorkeuren. Scholeksters staan op kale grond, tureluurs in het water, bergeenden houden zich drijvend op een plas, rotganzen houden zich droog op een schor.

En de dam van basaltblokken die de jachthaven beschermt is ingenomen door steenlopers. Tientallen, nee honderden steenlopers brengen er de vloed door, duttend met hun kop in de veren of chillend op een poot. Soms strekt er een zijn vleugels, soms waagt iemand een sprongetje, waarmee de naaste buur het gegarandeerd oneens is.

Sommige steenlopers zijn hongerig of uitgerust en die scharrelen langs de waterlijn tussen de stenen van de steiger zelf. Zie je er één, dan zie er steeds meer. Oranje poten, gevlekte borst. Eén poseert voor de foto, misschien wil hij zijn pootvlag showen: EMJ. Hij blijkt op 21 september door de Stichting Calidris te zijn geringd bij de Derde Slenk, ver op de Oosterkwelder. Daar is hij zes dagen later weer gezien. Maar tussendoor zit hij graag op de Oude Steiger. Waarschijnlijk scharrelt hij bij eb zijn kostje bij elkaar in het verse slijk van de leeggelopen slenk en brengt hij de vloed helemaal op de steiger door, een kilometer of zes naar het westen.

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 24 okt. 2017)