Spurrie op de akker

Spurrie, Foto Koos Dijksterhuis

We wandelen op een zandpad. Op het zand van het pad en op het zand van de maïsakker achter de sloot groeien kleine witte bloempjes. Spurrie is het. Geen schijnspurrie, maar gewone spurrie. Dat plantje werd vroeger geteeld als veevoer, dus het misstaat niet tussen de snijmaïs. In Nederland  is vrijwel alle maïs snijmaïs. Het wordt niet geteeld voor de kolf die u in het Mexicaanse restaurant eet, snijmaïs gaat als plant in zijn geheel in het veevoer.

Spurrie werd niet geoogst en naar het vee gebracht. Nee, tot voor kort graasde ons vee zelf zijn kostje bijelkaar, bijvoorbeeld met een touw aan een pin, die af en toe verplaatst werd.

Spurrie kan het in de maïsakkers wel uithouden, want maïs groeit evenals spurrie op zandgrond. Ook op droge plekken op veen groeit spurrie. Het vormt zaad, zo fijn als stof. En het vormt er veel van. Dat zaad verwaait en kan een eind verderop neerdwarrelen. De eenjarige plant verdwijnt vanzelf, of wordt met maïs en al geoogst. Als het stofzaad op een zandig plekje belandt, kan het ontkiemen. En in maïsakkerland zijn kale plekjes altijd wel beschikbaar. Als plant legt het de bodem vast, het zand waait niet meer weg. Vroeger zaaiden de boeren het daarom met opzet tussen de oogsten door, als groenbemeste en om het land op adem te laten komen. Denk dus niet dat spurrie onkruid is.

Als de grond niet wordt omgewoeld, verdwijnt spurrie vanzelf. Er ontkiemen andere planten, het wordt weelderig, en spurrie wil zand. Daarom is de plant te vinden op braakliggend land, op omgeploegde bermen, op kaalslag in het bos en op akkers.