Springend spuugbeest

Schuimcicade op appel © Koos Dijksterhuis

Het spuugbeestje maakt die klodders speeksel in de planten in uw tuin. Het jonge spuugbeestje, officieel schuimcicade geheten, wordt in de klodder volwassen door sappen uit de plant te zuigen. Dat volwassen worden gaat aanzienlijk sneller dan bij mensen, maar duurt toch nog één, twee, soms drie maanden. In die tijd vervelt de nimf een keer of vijf. Het schuim beschermt hem tegen uitdroging en tegen belagers. U zou een zuigend insect van uw geliefde bloemen af meppen, maar van spuug blijft u af. Ook vogels, spinnen, kevers, wespen en andere liefhebbers deinzen terug voor het sopje waarin de cicade woont. Is hij groot, dan kan hij vliegen en springen.

Zo’n piepklein sprinkhaantje, een halve centimeter lang, zat als kind onder het spuug. U heeft ze vast wel eens een op de tuintafel of op uw schouder betrapt. Ze kunnen groen zijn of bruin, vlekkerig of egaal, er zijn natuurlijk weer allerlei soorten. Ineens schiet zo’n beestje door de lucht. Een sprong van een halve meter is honderd keer zijn lichaamslengte. Maar als je klein bent, zijn er andere verhoudingen dan als je groot bent. De relatieve springafstand neemt toe naarmate de lichaamslengte slinkt. Dat is meer een natuurkundige kwestie dan een verbluffende prestatie. Een schuimcicade springt meer lichaamslengten dan een sprinkhaan, maar minder dan een vlo.

Lezeres Hetty Noest mailde mij begin mei met de vraag wat er bij stralend weer zou kunnen spetteren onder de lindebomen. Voor honingdauw van luizen was het nog te vroeg. Het zouden schuimcicaden kunnen zijn. Ze leven alleen, een boomkruin kan er helemaal vol mee zitten. En dan regent het minuscule druppeltjes.