Spreeuwenkuiken

Jonge spreeuw. Foto Koos Dijksterhuis
Jonge spreeuw. Foto Koos Dijksterhuis

Met Jan Schoppers en René Aveskamp van de Vogelwerkgroep Arnhem loop ik mee langs meer dan vijftig nestkasten van spreeuwen, om te controleren hoe het gesteld is met hun tweede leg. Schoppers en Aveskamp zijn en doen het spreeuwenwerk voor Sovon Vogelonderzoek.

Op het terrein van de Edese Golfclub in Papendal, bij Arnhem, hangen vijftig houten en twintig betonnen nestkasten. Spreeuwen broeden vrijwel alleen in de houten kasten. Maar nu zijn de meeste leeg. De jonge spreeuwen zijn eind mei uitgevlogen. Slechts tien procent waagt zich aan een tweede leg. Nee, dan vorig jaar, toen broedden de spreeuwen twee weken eerder en sloeg meer dan honderd procent voor een tweede keer aan het broeden! Meer dan honderd procent? Dat komt doordat sommige spreeuwen die in natuurlijke holen broedden, holle bomen enzo, voor hun tweede ronde uitweken naar een nestkast. Nestkasten worden namelijk na het eerste uitvliegen door Schoppers schoongemaakt. Boomholten niet, daarin zitten de oude nesten, met aangekoekte vogeldiarree.

Bij de laatste kast die we controleren, in een eik, hipt een volwassen vrouwtjesspreeuw met een snavel vol larven door de kruin. Er zitten vier kuikens. Drie ervan zijn groot genoeg om te worden geringd. Ik sta erbij en kijk ernaar. Wat een grappige koppies! Kaal met twee donspluimpjes. En een enorme, eigele breedbek. Om open te sperren zodra het vlieggat wordt geënterd door een oudervogel.

Al opgroeiend worden die botoxlippen ingehaald door kop en lijf. Het gele verdwijnt. Jonge spreeuwen eten veel, groeien snel en zijn na drie weken vliegvlug. Dan klauteren ze fladderend langs de wand van de kast naar het vlieggat om zich aan te sluiten bij de groepjes jonge spreeuwen, die nu overal rondzwerven.

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 23 juni 2015)