Spotvogel

© foto Harvey van Diek, Spotvogel

De koekoeken, gierzwaluwen, bosrietzangers, tuinfluiters en karekieten zijn thuis. Als je Nederland thuis noemt. Het grootste deel van het jaar zijn ze niet thuis maar in Afrika of onderweg. Ook een nachtegaal heb ik gehoord. Zomertortels keren ook terug, maar heb ik nog niet gezien of gehoord. Die voorheen algemene erfvogels zijn zeldzaam geworden. Het wachten is op notoire laatkomers als spotvogel en wielewaal. De laatste is zo zeldzaam geworden dat ik hem toch niet hoor. Maar spotvogels hoor ik elk jaar nog. Altijd een feestelijk wederhoren.

Ik was vorig jaar op Texel. Bij een boerderij scheerden boerenzwaluwen langs, tsjilpten huismussen en zong een putter In een dode boom. De boer geneerde zich voor die dode boom. Hij zei: “die laat ik staan. Vinden de vogels leuk.” Ik had hem op de schouders willen nemen, maar hield me in. Putters zijn erfvogels geworden. Op Texel zijn spotvogels ook erfvogels. “Elk erf hier heeft zijn spotvogel”, zei de boer.

Verstopt in een dichte, hoge kruin op het Texelse erf riep een scholekster: “tepiet!” Verstopt een scholekster zich in een boomkruin? Nee, deze scholekster verried zich door het neuzige “dzjing dzjing”, waarmee hij zijn tepiets afwisselde. Een spotvogel! Spotvogels doen de zang van andere vogels na. Waarom dat spot genoemd wordt? Imitatie kan ook bewondering betekenen. Spotvogels zijn erg goed in geluiden nabootsen. Maar ze verraden zich altijd met die spotvogel-dzjing: “tepiet dzjing dzjing tepiet!”

Spotvogels verstoppen zich in boomkruinen waar je ze nauwelijks te zien krijgt, en als je ze eindelijk ziet, hippen ze gauw omhoog, of naar achter, uit het zicht in ieder geval. Knap werk van de fotograaf, dus. Je ziet het vaker dat juist de meest schuwe en verborgen zangvogels het hoogste of langste woord voeren. Spotvogel, wielewaal, nachtegaal; je hoort ze wel maar ziet ze niet. De nachtegaal is ook nog eens onopvallend bruin. De spotvogel is geel, maar het is een geel dat tussen boombladeren niet afsteekt.

Elk jaar zingt er een achter ons huisje op Schiermonnikoog. Die broedt daar ergens. Bij ons huis in Groningen hoor ik eind mei of begin juni wel eens een spotvogel, maar ze blijven hier niet. Nog niet, misschien. Het gaat niet zo goed met de spotvogels, ik zou er graag een horen zingen als ik ’s morgens wakker wordt onder het open raam. En dan ieder jaar een weddenschap afsluiten om welke soort hij deze keer nadoet.