Spoorzoeken met spoorboeken

X van fox, H van hond Plaatje uit boek
X van fox, H van hond Plaatje uit boek

Vanaf mijn elfde zwierf ik veel door de bossen bij Amersfoort. Ik groef hutten, liet honden uit, zag reeën en eekhoorns. Vossen zag ik nooit. Ze zaten er wel, want ik vond hun pootafdrukken. In Elseviers diersporengids zag ik het verschil met die van een hond. De prent van een hond is gedrongener: de twee voorste en achterste tenen overlappen elkaar. Bij een vos kun je er een streep tussen trekken.

In het pas verschenen Prentenboek (uitgeverij Extra) van René Nauta en Aaldrik Pot lees ik dat je tussen de teenafdrukken van een vossenprent behalve een streep zelfs een X kunt tekenen. En in een hondenprent een H.

Ik vond in het bos veel kleine sporen. Ik zocht er soms plaatjes bij, en raadde welke muizensoort er gehupt had. Toen ik groot was verscheen er een beter boek: de diersporengids van de KNNV. Die is nu, na twintig jaar, herzien en uitgebreid: de Veldgids Diersporen van Annemarie van Diepenbeek. Beide boeken bevatten veel beeld en zijn vlot geschreven. De veldervaring en natuurliefde druipen eraf, de drie auteurs hebben jarenlange speurtochten samengebald in misschien wel de twee beste spoorboeken die ik ken.

Beide boeken vullen elkaar aan. Nauta en Pot beperken zich tot pootafdrukken en vertellen en vertonen daar echt alles over. Diepenbeek behandelt meer andere diersporen: dassenharen aan een doorntak, door een sperwer geplukte veren, door eekhoorns gestripte dennenappels, door muizen gekraakte noten, de gaten van spechtensnavels, keutels, braakballen…

Vijf jaar geleden vond een kennis van me een stapeltje libellenvleugels. Boomvalken vangen libellen en breken hun vleugels af, maar dat doen ze vliegend en dan dwarrelen de libellenvleugels lukraak neer, niet op hoopjes. In Diepenbeek lees ik dat een muis de dader moet zijn geweest. Muizen pakken libellen die, zittend op stengels, aan het opwarmen zijn. Ze slachten die libellen kennelijk op een vaste eetplek.

(Natuurdagboek Trouw maandag 23 december ’19)

Eén gedachte over “Spoorzoeken met spoorboeken”

  1. als je honderden juffervleugels bijeen vindt zoals ik ooit in juli en augustus 2014 en 2015 op een nat lemig pad aan de lossing in het Stamprooierbroek is het de Vespa crabro die er heeft genuttigd. Ik was er om valletjes met bier+sap te legen en de meest gevangen wesp was hoornaar. Maar de link legde ik pas later, edoch onwrikbaar die link, geen vermoeden, maar een constatering op grond van waarnemingen die ik opgelegd door een onhoudbaar vermoeden uit 2014 wel moest doen en deed in 2015. Later postte Olaf Klaassen uit Pannerden een setje plaatjes uit zijn tuin van afgebeten vlindervleugels onder de vlinderstruik, hij ging erbij posten en betrapte de hoornaar. Als die niet vermeld staat in Annemarie’s boek heeft ze een keer niet opgelet, bij muizen zullen het opportune treffers zijn, bij hoornaar categorische doelwitten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *