Spons knijpt zichzelf uit

Sponzen op de markt in Costa Rica. Foto Koos Dijksterhuis
Sponzen op de markt in Costa Rica. Foto Koos Dijksterhuis

Sponzen zijn waterdieren die als een waterplant op harde ondergrond staan. Ze zijn een poreuze massa waardoor water stroomt. Door hun celwand halen cellen voedingsstoffen naar binnen. Sponzen hebben ze allerlei celtypen die gespecialiseerd zijn in pompen, stuwen, zuigen en lozen. Er moet zoveel mogelijk water door de spons. Ze hebben geen mond of hart, geen oren, neus of ogen of andere organen. Toch moeten ze iets kunnen waarnemen. Het herkennen en binnenhalen van voedsel kan misschien nog toe zonder waarneming. Maar als een spons iets ongewenst naar binnen zuigt, krijgt het wezen een prikkel die een niesbui uitlokt. De spons zet zich uit en trekt zich vervolgens snel samen, waardoor water met hopelijk het ongewenste sujet eruit geniesd wordt. Zo knijpt een spons zichzelf uit.

Er zijn duizenden soorten sponzen, vrijwel allemaal in zee levend, soms heel diep onder water. Maar er zijn ook zoetwatersponzen. In Nederland komen ook een handvol sponssoorten voor, vooral in de Oosterschelde.

In Costa Rica zagen we sponzen op de markt liggen. Die werden verkocht als schoonmaak-attribuut. Onze sponzen zijn van viscose vezels gemaakt, naar voorbeeld van sponsdieren. Gedroogde sponsdieren nemen vocht op.

Als je een levende spons verpulverd tot kruimels, kunnen de kruimels zich weer samenvoegen tot een nieuwe spons. De afzonderlijke cellen hebben elkaar nodig, maar overleven dus ook zonder elkaar een tijdje. Ooit zijn meercellige levensvormen ontstaan uit fusies tussen eencelligen. Misschien is een spons wel blijven steken in de fase na zo’n fusie.

Wij hebben een verzameling schelpen, aangevuld met wat schedels, veren en andere natuurlijke rijkdommen. De verzameling ligt weggemoffeld in de schuur. Er zit ook een spons bij. ‘Dat is dan een schuurspons’, zegt zoon.

(Natuurdagboek Trouw 24 april 2014)